Pleinspelen

Dikke Bertha met de bal

De groep is verdeeld in 2 ploegen.
Ploeg A staat aan de rand van het terrein, ploeg B staat op het terrein.
Aan beide uiteinden van het terrein is een strook van enkele meter afgebakend. Dit zijn de "balzones".

Iemand van ploeg A kaatst de bal in het balveld voor de groep. Op dat moment begint de hele ploeg naar de overkant van het terrein te lopen. De B-ploeg onderschept intussen de bal, en gooit die onderling door. Ze proberen een speler van de A-ploeg met de bal aan te gooien. Als dat lukt voordat deze de overkant van het terrein bereikt, wordt deze bij ploeg B ingelijfd. De B-ploeg mag niet lopen met de bal in de hand.

Na enkele beurten wisselen de ploegen.

Dode vis

Iedereen zit of ligt of staat, ... maar moet beweegloos kunnen blijven gedurende lange tijd.
1 persoon is de 'tikker'. Als deze roept "dode vis", mag niemand nog bewegen.
Als de tikker iemand ziet bewegen zegt hij deze persoon z'n naam en dan is deze laatste de 'tikker'. Het spel begint dan opnieuw wanneer deze "dode vis" roept.

Variaties:
-> Je kan het spel ook blijven spelen tot er een winnaar is: wie eraan is verlaat het spel, of mag de anderen proberen te doen bewegen...
-> de kinderen lopen allemaal door elkaar; als de leiding op een onverwacht moment fluit en 'VIS' roept, moet iedereen direct ter plaatse op de grond vallen en stokstijf blijven liggen.
De leiding stuurt degenen die bewegen van het veld. Daarna fluit de leiding weer en roept ze 'DOOIE': dan moet iedereen weer door elkaar beginnen lopen.

Onze inspiratie kwam van hier.