Mijnsite vroeger: op het spoor

Na verwerking werden de Beringse kolen per trein en schip vervoerd. De staalfabrieken en andere zware industrie hadden veel steenkolen nodig. Het drukke spoorverkeer door de woonwijk zorgde voor roet en lawaai, maar werd toen aanvaard.

Na het opdelven, wassen en drogen van de kolen werden ze klaargemaakt voor transport. De kolenwasserij stond op betonnen pijlers, vijf meter hoog, zodat treinen eronder konden rijden om te laden. Onder het gebouw lagen 16 sporen en bijna alle kolen vertrokken per trein: naar het station van Beringen-Mijn, het nationale spoor of naar de kolenhaven aan het Albertkanaal, waar ze werden opgeslagen en op schepen geladen. De Beringse kolen waren “vette” kolen, rijk aan gas, en gingen vooral naar hoogovens, staalfabrieken en elektriciteitscentrales in binnen- en buitenland.

Wist je dat:

Het vervoer door de woonwijk was indrukwekkend: een treinmachinist vertelde dat een rit “pak twintig” wagons trok, samen meer dan 500 ton. Bewoners moesten hun was binnenhalen als de trein passeerde, om zwarte roetwolken te vermijden. Toch werd er nauwelijks geklaagd: de mijn had het voor het zeggen.

In totaal produceerde de mijn 79,3 miljoen ton steenkool, met 1956 als recordjaar (1,9 miljoen ton). Er waren zes stoomlocomotieven zonder vuurkist, vijf gewone stoomlocomotieven en in de kolenhaven twee enorme kranen van 50 meter breed en 300 ton laadcapaciteit per uur.

En tegenwoordig…?

Vandaag is het kolenspoor omgevormd tot een wandel- en fietspad, dat via een nieuw provinciaal project een snelle fietsverbinding wordt: de Kolenspoorfietsweg.


Meer info:
www.kolenspoor.be