Water zorgde voor warmte en koeling. In dit ‘kasteel’ werd het noodzakelijke water behandeld. Maar wat heeft dit water te maken met steenkool en de elektriciteit die nodig was om de mijn te laten draaien?
Water & stoom
Water was superbelangrijk in de mijn. Het werd gebruikt:
- als koelwater in de elektriciteitscentrale en
- als stoom in het ketelhuis.
De hete stoom hield de turbines en compressoren draaiend, maar werd ook gebruikt om gebouwen te verwarmen en machines aan te drijven. Maar eerst moest het water goed behandeld worden, zodat er geen roest ontstond in de machines. Dit gebeurde in het zogenaamde waterkasteel: een hoog gebouw vol betonnen bakken waar het water werd klaargemaakt.
Wist je dat:
Wat is een elektriciteitsturbine?
Stel je een windmolen voor: als de wind de wieken laat draaien, kan die beweging energie maken. Bij een turbine is het bijna hetzelfde, maar dan met hete stoom in plaats van wind. De turbine zet de energie van de stoom om in elektriciteit. In de mijn werd steenkool verbrand om water in stoom te veranderen. Die stoom dreef de turbines aan zodat er elektriciteit kwam voor licht en machines.
Men gebruikte ook compressoren om stoomenergie om te zetten in perslucht. Deze perslucht dreef de machines aan in de ondergrond, zoals ventilatoren, locomotieven, boor-, hamer-, heftoestellen, …
Perslucht was veiliger voor ontploffingsgevaar dan elektriciteit. Elektriciteit kon namelijk vonken geven, wat gevaarlijk was in combinatie met het gevreesde mijngas (methaan) in de ondergrond.


