Mijnsite vroeger: de schachtbokken

Er waren twee schachtbokken (hoogte: 60m). Door vier liften, elk met niet minder dan vijf verdiepingen per lifttoren, ging het transport tot 800-850 m diepte er hard en snel aan toe.

De twee schachtbokken zijn echte iconen van het mijnverleden en herinneren ons aan het harde en gevaarlijke werk onder de grond. Ze zijn ongeveer 60 meter hoog. Ze werden gebouwd vanaf 1919, in de plaats van houten torens. De bokken staan boven de vroegere mijnschachten. De schachten werkten als de "slagaders" van de mijn: ze vervoerden mensen, kolen, lucht en materialen tussen onder- en bovengrond. De liften gingen tot zo een 800 m diepte. Daar stapte men uit in het ondergrondse gangenstelsel om de kolen te delven.

Schachtbok 2 was de belangrijkste: hier begon in 1922 de steenkoolproductie en in 1989 reed hier de laatste kolenwagen naar boven.
Schachtbok 1 was de lucht-uittrekkende schacht. Zonder circulatie van frisse lucht konden mijnwerkers niet overleven. De luchtstromen werden dus goed opgevolgd.

Wist je dat…

Bij het afdalen in de lift was het donker, luid en beangstigend – vooral voor wie voor het eerst meeging. De temperatuur diep onder de grond kon tot wel 30°C oplopen, zelfs in de winter terwijl het boven vroor.
De liften bewogen snel: 15 m/s met mensen en 20 m/s met materiaal: tot wel 72 km/u! Na de mijnsluiting werden de schachten gevuld met beton, zand en leem. Veel oude machines liggen nog ondergronds, voorgoed achtergelaten.

En tegenwoordig…?

Midden onder de schachtbok 1 (zuidelijke bok) zie je vandaag op de grond een ronde, metalen plaat die het middelpunt van de schacht aangeeft en de diepte: 853 m.