Hinkelen

BASIS

Teken een hinkelbaan op de grond.
Krijt is het handigste om op asfalt, tegels of beton te tekenen. De vierkanten moeten groot genoeg zijn dat er een voet in past, en om te zorgen dat de steen die je erin gooit niet te snel buiten de baan valt. Hoewel er variaties zijn op het ontwerp, zie je hier rechts een gebruikelijke schoolpleinbaan.

Gooi een platte steen of vergelijkbaar voorwerp (pittenzakje, schelp, knoop, plastic speelgoed) op het eerste vak.
Het moet binnen het vak vallen, zonder de rand te raken of eruit te stuiteren. Als je het niet binnen de lijnen krijgt, gaat je beurt voorbij en geef je de steen aan de volgende persoon. Als het wel lukt, ga je door naar de volgende stap.

Hinkel over de vakken, en sla het vak met de steen over.
Elk vak krijgt één voet. Met welke voet je begint mag je zelf weten. Je kunt niet meer dan één voet tegelijk op de grond hebben, tenzij er twee cijfervakken naast elkaar liggen. In dat geval kun je beide voeten gezamenlijk neerzetten (een in elk vak). Houd je voeten altijd binnen het juiste vak (of vakken); als je op een lijn stapt, op het verkeerde vak springt, of buiten het vak stapt, is je beurt voorbij.

Op de terugweg raap je de steen op.
Als je bij het laatste cijfer komt, draai je om (blijf op één voet staan) en hinkel je terug in omgekeerde volgorde. Als je op het vak bent vlak voor het vak met de steen, buk je (nog steeds op één been!) en raap je het op. Spring dan over dat vak en maak het hinkelspel af.

Geef de steen aan de volgende persoon. Als je de baan hebt voltooid met je steen op het eerste vak (zonder je beurt te verliezen), gooi dan voor de volgende beurt je steen op vak twee. Je doel is om de baan af te werken met de steen op elk vak. De eerste persoon die dit lukt, wint het spel!

  • Hinkelen kan je ook in je eentje spelen. In dat geval maak je gewoon je eigen regels!

 

Variaties toevoegen

Verander de vorm van de hinkelbaan.
Maak hem rond, waarbij de cijfers in een spiraal staan. Misschien noemen de Fransen het daarom "escargot"? Of maak een rechthoek, driehoek, of vuurwerk!
TIP: Het makkelijkst is om in het midden te beginnen en naar buiten te gaan. Op die manier kun je het zo groot maken als nodig is -- in plaats van te eindigen met een microscopisch klein eindvak!

Varieer de grootte en vorm van de vakken.
Maak sommige kleiner, zodat mensen op hun tenen moeten staan. Je kunt er zelfs een paar in de vorm van een schoen maken, om de starichting te beïnvloeden. Wees creatief!

Maak eilanden van sommige vakken.
Op die manier moet een persoon een eindje springen om er te komen. Zorg wel dat de sprong te maken is! Wie zegt dat hinkelen geen moeite kost?

Stel een tijdslimiet in.
Speel een spelletje "snelhinkelen." De persoon heeft een bepaalde tijd om de baan af te werken, anders gaat hun beurt voorbij. Of je kunt er een race van maken!

Alternatief: handen-voeten hinkelen
In plaats van vakken met cijfers, teken je handen en voeten op de grond (of je plakt afbeeldingen op de grond). Maak een duidelijk onderscheid tussen linker- en rechterhand, linker- en rechtervoet.
Je maakt telkens een rij van 3 figuren: bv. 2 handen en 1 voet, 2 voeten en 1 hand en dit telkens in verschillende variaties.
Wie het eerste de hele reeks foutloos beeindigd, is de winnaar.