Nieuwsbrief 7 februari 2008

Intrekking stedenbouwkundige vergunning Belgacom Mobile Proximus

Inwoners van Stal hebben een procedure aanhangig gemaakt bij de Raad van State. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar heeft op basis van deze beroepsprocedure besloten om de stedenbouwkundige vergunning van 4 oktober 2007 voor het bouwen van een zendmast in Stal in te trekken.
Bijgevolg is er geen vergunning meer voor het bouwen van deze zendmast in het bufferbekken in Stal.

 

Project EON te Beringen

De Duitse energiegroep EON heeft plannen om aan de kolenhaven in Beringen een energiecentrale op kolen te bouwen.
Uit een haalbaarheidsstudie die het energiebedrijf het afgelopen jaar uitvoerde, blijkt dat een 800 MW kolengestookte elektriciteitscentrale op de aangekochte terreinen mogelijk is. De vereiste investering is meer dan 1 biljoen euro. De vooropgestelde productie van de centrale bedraagt circa 6 TWh. Dit is energie voor circa 2 miljoen gezinnen en 7 à 8 % van de Belgische energiemarkt.
De centrale zal hoofdzakelijk op kolen werken met een potentiële bijstook van biomassa. Om de fabriek operationeel te maken, zullen eerst enkel kolen gestookt worden waarna biomassa successief bijgevoegd wordt.
Een moderne kolengestookte centrale kan volgens EON een competitieve en stabiele energievoorraad leveren in de huidige transitieperiode naar meer hernieuwbare energievormen. Door de komst van de centrale zal volgens EON de Belgische energiemarkt meer gedifferentieerd zijn en kunnen de oude minder efficiënte kolengestookte centrales vervangen worden wat resulteert in een CO2 reductie.
EON geeft aan gebruik te maken van de best beschikbare standaarden met betrekking tot het milieu en het transport zal eveneens hoofdzakelijk via de waterweg gebeuren, wat verantwoord is gelet op mobiliteitsproblematiek.
Het water van het Albertkanaal wordt voorzien om als koelwater te gebruiken. De koeltoren zelf zal circa 150 meter hoog zijn bij een 800 MW centrale. Dit is een indicatie; voor de productie van 1 100 MW energie in Duitsland is er bijvoorbeeld een koeltoren van 180 meter. Alle onderdelen voor de bouw van de centrale zijn bestaand en worden aangekocht door EON.
Alvorens EON overgaat tot de vergunningsaanvragen en investeringen in het project werden er nog een aantal cruciale vragen aan de stad Beringen gesteld:
- Principiële steun van het stadsbestuur voor het totale project;
- Aankoop van circa 11 ha extra industriegrond in eigendom van de stad Beringen gelegen langs het Albertkanaal grenzend aan de gronden van EON;
- Aankoop en afschaffing van diverse buurtwegen gelegen op en langs de gronden van EON;
- Steun m.b.t. de geplande wijziging van bestemming van de gronden in het kader van het Economisch Netwerk Albertkanaal;
- Mogelijkheid tot het herleggen van de Genemeerbeek die over het terrein van EON loopt;
- Steun naar hogere overheden toe m.b.t. het tijdig voorzien van een gepaste aansluiting op het net en verzwaring van het net (70kV, 150 kV en 380 kV);
- Steun m.b.t. het tijdig verkrijgen van alle noodzakelijke vergunningen.
Bij een positief antwoord op de vragen m.b.t. het verleggen van de weg en beek alsook de aankoop van 11 ha extra grond zou EON kunnen overgaan tot de voorbereiding van een MER kennisgeving.
Het college van burgemeester en schepenen besliste echter geen optie te verlenen aan EON voor de additionele 11 ha extra oppervlakte die vandaag nog eigendom is van de stad Beringen. Verder gaf het college te kennen de verdere evolutie in dit dossier af te wachten en in functie hiervan in een later stadium de eventuele ondersteuning van de stad Beringen t.a.v. het EON-project verder te bepalen.

 

Ondersteuning sportclubs d.m.v. subsidies

Naar aanleiding van het sportbeleidsplan zullen competitiesportclubs vanaf 2008 jaarlijks rechtstreeks ondersteund worden. Minimum 50 procent van het totale bedrag, voorzien voor de uitvoering van het sportbeleidsplan, moet naar hoofdstuk één gaan, zijnde ‘ondersteuning van sportclubs'. Het gaat over een minimumbedrag van 50 000 euro. De verdeling van de subsidies naar de clubs toe zal gebeuren aan de hand van objectieve kwaliteitscriteria.
De drie criteria zijn ‘het aantal leden', die competitie spelen; ‘trainers', het aantal gediplomeerde trainers en het aantal trainingsuren gegeven door een gediplomeerde trainer; ‘de clubwerking', het openstellen van de sportclub voor niet-leden en de organisatie van sportkampen.
Met deze criteria wordt een kwaliteitsverbetering beoogd van de trainingen/opleidingen en een verhoging van de toegankelijkheid van de clubs.