Beringen, meer dan mijn stad

VorigeVolgendePrintenVerstuur linkReageer

Bodemsanering

Algemeen

Het bodemsaneringsdecreet dat op 29/10/1995 in werking trad en het uitvoeringsbesluit Vlarebo vormen de juridische basis voor de sanering van het historisch passief aan bodemverontreiniging. Door de invoering van een objectieve aansprakelijkheid voor nieuwe verontreiniging vormen ze ook de ruggengraat van een beleid gericht op preventie van bodemverontreiniging. Door een regeling van het grondverzet wordt tevens de verspreiding van bodemverontreiniging tegengegaan.

 

Bodemverontreiniging

Bodemverontreiniging wordt omschreven als de door menselijke activiteiten veroorzaakte aanwezigheid van stoffen of organismen op of in de gronden of in opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloedt of kan beïnvloeden. Hierdoor wordt bodemverontreiniging niet gekoppeld aan specifieke normen. Normen worden wel gehanteerd om uit te maken welk gevolg aan de verontreiniging moet worden gegeven en wat de doelstelling van bodemsanering is.

Het is belangrijk dat ook de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in gebouwen of andere opstallen als bodemverontreiniging gekwalificeerd wordt. De gevallen waar de aanwezige stoffen op of in de bodem aanwezig zijn maar er niet mee vermengd of in verspreid zijn of er niet mee gereageerd hebben, worden dus als bodemverontreiniging gekwalificeerd, als zij de kwaliteit van de bodem nadelig kunnen beïnvloeden.

 

Bodemsanering en werken

Het bodemsaneringsdecreet beschouwt het beschrijvend bodemonderzoek ook als een onderdeel van de bodemsanering. De verdere stappen, nl. de opstelling van een bodemsaneringsproject en de uitvoering van bodemsaneringswerken, zijn logische onderdelen van de sanering. De bodemsaneringswerken houden de uitvoering in van alle maatregelen zoals opgenomen in het project. Ten slotte hoort ook de eventuele nazorg bij de bodemsanering.

 

Risicogrond

In het bodemsaneringsdecreet en het VLAREBO worden bijzondere bepalingen opgenomen voor risicogronden. Dit zijn gronden waarop een inrichting gevestigd is of was of waarop een activiteit wordt of werd uitgeoefend, die voorkomt op de lijst van inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Deze lijst van activiteiten uit het VLAREBO is gebaseerd op de indelingslijst van VLAREM I. Eigenaars of gebruikers van risicogronden moeten bij de overdracht van de gond een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren.



Contact

Milieu

Mijnschoolstraat 88
3580 Beringen

T 011 43 02 42
F 011 43 46 58

milieu@beringen.be

Contactpersonen

Roland Claes - 011 43 02 42
roland.claes@beringen.be