| mei 2012 | » |
| | ![]() |
Natuurvergunningen zijn een belangrijk instrument voor het natuurbeleid. Het heeft als doel om vegetaties en specifieke natuurlijke elementen (men spreekt ook van 'kleine landschapselementen') extra te beschermen. Deze specifieke stukjes natuur zijn belangrijk in de natuurgebieden zelf, maar spelen ook een heel belangrijke rol buiten de natuurgebieden. Bomenrijen, (spoor)wegbermen, (veedrink)poelen e.d. maken deel uit van de zogenaamde ecologische infrastructuur, wegen voor natuur zeg maar, zij zorgen ervoor dat natuurgebieden verbonden zijn met elkaar. Via deze natuurelementen kunnen dieren (en ook planten, b.v. door middel van zaden) van het ene gebied naar het andere en dit is belangrijk voor het instandhouden van de kwaliteit van natuur in de natuurgebieden zelf. Het instrument natuurvergunningen zorgt ervoor dat eerst moet nagegaan worden of het verwijderen of veranderen van deze specifieke landschapselementen nadelig zou zijn. Met de natuurvergunningen kunnen ook voorwaarden of compensaties opgelegd worden. Het systeem is goed te vergelijken met een bouwvergunning.
De aanvraagformulieren worden in drievoud ingediend bij de milieudienst.
De aanvraag wordt op zijn volledigheid en ontvankelijkheid gecontroleerd binnen de 14 dagen na indiening.
Indien de aanvraag volledig en ontvankelijk wordt bevonden, start de procedure van openbaar onderzoek en adviesverlening.
Het dossier wordt gedurende 30 dagen ter inzage gelegd bij de milieudienst en aangeplakt op de daartoe voorbehouden plaatsen.
Tijdens deze periode kunnen schriftelijk en mondeling bezwaren en opmerkingen worden ingediend bij respectievelijk het College en de Burgemeester of de daartoe gemachtigde ambtenaar (milieudienst)
Gelijktijdig met het openbaar onderzoek loopt de adviesperiode. Adviezen worden gevraagd bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en bij de bevoegde gemeentelijke dienst.
Binnen een termijn van drie maanden doet het College een uitspraak over de natuurvergunningsaanvraag.
Het College kan aan de vergunning voorwaarden verbinden of compensatiemaatregelen opleggen voor natuurherstel en -ontwikkeling.
De beslissing van het College wordt bekendgemaakt en gedurende 30 dagen aangeplakt.
De aanvrager mag de activiteiten aanvangen vanaf de 31ste dag na de kennisgeving van de beslissing. De beroepstermijnen moeten immers verstreken zijn.
Onder vegetatie verstaan we iedere begroeiing (perceelsdekkend) die op natuurlijke of half natuurlijke manier ontstaan is of door de mens is gecreëerd. Kruiden, struwelen, zowel begroeiing in het water als op het land. Ook bossen worden ertoe gerekend onafhankelijk van het feit of de boomlaag is aangeplant of niet.
Zes groepen van vegetaties zijn beschermd. Voor elke activiteit of werk dat deze vegetaties geheel of zelfs gedeeltelijk kan vernietigen, dient vooraf een natuurvergunning te worden aangevraagd.
Vennen zijn voedselarme stilstaande waters en vochtige of natte dopheidevegetaties.
Volledigheidshalve zetten we duinvegetaties in de lijst. Hier worden specifiek de begroeiingen in de kustduinen bedoeld.
Begroeiingen in de landduinen zijn meestal beschermd als heiden.
De geleidelijke overgang van open water naar land in kreken, plassen, waterlopen, kanalen.
Volledigheidshalve zetten we slikke en schorre in de lijst. Die vind je niet bij ons, wel in de getijdengebieden.
Lage, open struikheide- en dopheidebegroeiing, al dan niet met een minimale boomopslag.
Graslanden met cultuurhistorische waarde of soortenrijke vegetaties.
"Kleine landschapselementen" zijn een bonte verzameling van alleenstaande bomen, knotbomen, bomenrijen, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, bosjes, bermen, bronnen, poelen, grachten en hun oevers.
De lijn- of puntvormige elementen en de bijhorende vegetaties kunnen door mensen aangelegd zijn of deel uitmaken van de natuur. Het zijn stapstenen in het landschap die belangrijk zijn als verbindingsweg tussen grotere natuurgebieden voor planten en dieren.
Een hele lijst van landschapselementen zijn beschermd. Elke wijziging dient vooraf aangevraagd te worden via een natuurvergunning.
Plaatsen waar grondwater aan de oppervlakte komt, meestal in heuvelachtige omgeving.
Natuurlijke en kunstmatige oppervlaktewateren waarin ten minste gedurende een deel van het jaar water stroomt: beken, rivieren, kanalen, sloten.
Diepe of ondiepe (minder dan 3 m) plassen, meren, vijvers, oude rivierarmen met weinig of geen stroming.
Kleine, ondiepe stilstaande waters met waterplanten die de hele wateroppervlakte kunnen bedekken.
Volledigheidshalve zetten we graften in de lijst. Ze komen niet bij ons voor. Het zijn taluds op hellinggronden in de leemstreek.
Een ingesneden weg met een sterk hellende berm.
Begroeiing op bermen en taluds langs wegen, waterlopen en spoorwegen.
Houtkanten, houtwallen, bomenrijen, heggen, hagen, struwelen, loofbossen en hoogstamboomgaarden.
Levensgemeenschappen waarin loofbomen het aspect bepalen.
Lijnvormige begroeiingen met houtgewas.
Begroeiingen met struiken, al dan niet met verspreid opgaande bomen.
Hoogstammige fruitbomen met soms zeldzame fruitvariëteiten en in de ondergrond vaak een soortenrijke kruidenvegetatie.
De aanvraag van een natuurvergunning dient ernstig genomen te worden omwille van de zware boetes.
Bij vervolging van overtredingen dient volgens het natuurdecreet steeds herstel in de oorspronkelijke toestand opgelegd te worden. Daar bovenop kunnen zeer zware geldboetes opgelegd worden.
De boetes belopen van 161 euro tot 6 197 338 euro en de gevangenisstraffen van 8 dagen tot 3 jaar.
Bovendien staat de vegetatie van elk perceel in Vlaanderen op de "Biologische Waarderingskaart", waardoor praktisch elke onvergunde vegetatiewijziging onmiddellijk aantoonbaar is.
| Annie Vanschooren - 011 43 02 38 annie.vanschooren@beringen.be |
| Aldeleide Vrolix - 011 43 03 00 aldeleide.vrolix@beringen.be |