Beringen, meer dan mijn stad

Lettertype vergroten?
aA aA aA aA aA
Zoek
Kalender
  »
MDWDVZZ
     12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31      
Volgende activiteiten
uw activiteit aankondigen...
Verenigingen
Bedrijvengids
Nieuwsbrief
VorigeVolgendePrintenVerstuur linkReageer

Burgerzaken

Aangifte geboorte

Pas geboren!De aangifte van de geboorte moet gebeuren binnen de 15 dagen na de bevalling op de dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand, van de gemeente waar het kindje geboren is.
De aangifte kan gebeuren door de moeder, de vader of beide ouders. Zijn de ouders niet gehuwd dan kan de vader de aangifte enkel alleen doen wanneer hij het kind erkend heeft voor de geboorte.

Wat moet je mee brengen?

 

  • trouwboekje;
  • identiteitskaarten;
  • geboortebewijs van het ziekenhuis of de behandelende geneesheer;

Adoptie

De tussenkomst van de dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand, beperkt zich bij adoptie tot de overschrijving van het homologatievonnis (dat is de goedkeuring van de rechtbank) en de aanpassing van alle akten.
De adoptieprocedure zelf loopt via de notaris of de vrederechter.

 

Adreswijziging

Aankomst uit andere gemeente

Binnen de 8 werkdagen nadat je binnen de gemeente bent komen wonen, moet je hiervan aangifte doen bij de dienst Burgerzaken, sector bevolking.

Wanneer een heel gezin verhuist mag de aangifte worden gedaan door één gezinslid.
Wanneer 2 personen voor het eerst gaan samenwonen op één adres moeten beiden zich aanbieden.
De niet-ontvoogde minderjarige die de verblijfplaats van zijn ouders voor het eerst verlaat moet bij de aangifte vergezeld zijn door de persoon die het gezag over hem uitoefent.

Wanneer je een verandering wenst van je domicilie naar een adres waar al iemand woont moet deze persoon je vergezellen bij de aangifte. Deze moet immers tekenen voor akkoord inwoning.

Wanneer je in een woning wil gaan wonen die eigendom is van een bouwmaatschappij (bv. de Kantonnale Bouwmaatschappij of het Vlaams Woningfonds) moet je een attest hebben van deze maatschappij dat deze de woning aan je verhuurt.

De datum van inschrijving in de gemeente is de datum van aangifte.
De sector bevolking nodigt je dan uit voor de aanpassing van het adres in de chip van je elektronische identiteitskaart en - eventueel - op het inschrijvingsbewijs van je moto/auto.

 

Hier kan je de gegevens digitaal invullen.



Adreswijziging binnen de gemeente

Binnen de 8 werkdagen nadat je binnen de gemeente een andere woning hebt betrokken moet je hiervan aangifte doen bij de dienst Burgerzaken, sector bevolking.

Wanneer een heel gezin verhuist mag de aangifte gedaan worden door één gezinslid.
Wanneer 2 personen voor het eerst gaan samenwonen op één adres moeten beiden zich aanbieden.
De niet-ontvoogde minderjarige die de verblijfplaats van zijn ouders voor de eerste maal verlaat moet bij de aangifte vergezeld zijn door de persoon die het gezag over hem uitoefent.

Wanneer je je domicilie wil veranderen naar een adres waar al iemand is ingeschreven dan moet deze persoon je vergezellen bij de aangifte. Deze moet immers tekenen voor akkoord inwoning.

Wanneer je in een woning wil gaan wonen die eigendom is van een bouwmaatschappij (bv. de Kantonnale Bouwmaatschappij of het Vlaams Woningfonds) moet je een attest voorleggen waaruit blijkt dat deze maatschappij de woning aan je verhuurt.

De datum van inschrijving op het nieuwe adres is de datum van aangifte.
Enkele dagen later ontvang je een uitnodiging voor het wijzigen van je identiteitskaart en de aanpassing van het inschrijvingsbewijs van de motorvoertuigen in je bezit.

 

Hier kan je de gegevens digitaal invullen.


Adreswijziging naar een andere gemeente

 

Wanneer je naar een andere gemeente verhuist, moet je dit melden bij de sector bevolking van je nieuwe verblijfplaats.
Een afmelding in Beringen is dan niet nodig.


Adreswijziging naar het buitenland

 

Bij een verhuis naar het buitenland moet je dit melden bij de dienst Burgerzaken, sector bevolking. Je ontvangt een document dat je nodig hebt om je aan te melden in je nieuwe woonplaats in het buitenland. Op je identiteitskaart wordt de afschrijving naar het buitenland vermeld.


De aangifte van een adreswijziging

 

Als je van adres veranderde moest je dit tot voor kort persoonlijk aan het loket melden. Vanaf mei 2004 moet je gemeentebestuur - in het kader van de administratieve vereenvoudiging - ook een melding van adreswijziging aanvaarden die schriftelijk, per fax of elektronisch gebeurt.
De enige voorwaarde die wordt gesteld is dat je je voldoende identificeert door de vermelding van je persoonsgegevens en je rijksregisternummer.

Let wel op! Elke adreswijziging moet nog steeds binnen de 8 werkdagen worden gemeld. Ook de verdere procedure blijft onveranderd:

  • na je verhuis moet je binnen 8 werkdagen het gemeentebestuur van de plaats waar je gaat wonen verwittigen (nu kan dit dus ook schriftelijk, per fax of elektronisch). Dit geldt dus ook voor een adreswijziging binnen dezelfde gemeente;
  • het gemeentebestuur zal de wijkagent sturen voor een woonstcontrole;
  • pas na een positieve vaststelling wordt je adres gewijzigd in het bevolkings- of vreemdelingenregister en in het Rijksregister;
  • het gemeentebestuur stuurt je een oproepingsbrief met de vraag je aan te melden op de sector bevolking. Men zal er je identiteitskaart en deze van de eventuele andere leden van het gezin aanpassen en, als jij of je gezinsleden over voertuigen beschikken, de inschrijvingsbewijzen ervan.
  • vanaf dat ogenblik kan je ook een aantal andere instanties je nieuwe adres doorgeven. Een aantal van deze instanties worden automatisch ingelicht over je adreswijziging (bv. de sociale zekerheidsinstellingen, kinderbijslagfonds, OCMW, dienst inschrijving voertuigen,......). Een aantal zal je zelf moeten verwittigen (bv. je werkgever, nutsbedrijven, telefoonmaatschappij, .....);
  • wanneer een minderjarige van adres wenst te veranderen moet hij worden bijgestaan door één van de personen die het ouderlijk gezag uitoefent;

 

 

Afstand van Belgische nationaliteit

Men kan de Belgische nationaliteit verliezen uit vrije wil of van rechtswege. Het vrijwillig verlies van de Belgische nationaliteit kan slechts indien de betrokkene een dubbele nationaliteit bezit of wanneer hij of zij de mogelijkheid heeft een andere nationaliteit te verwerven. Het verlies van rechtswege kan gebeuren met of zonder gerechtelijke tussenkomst.

 

Begraafplaatsen

Beringen telt acht begraafplaatsen: Beringen, Beringen-Mijn, Beverlo, Koersel, Korspel, Paal, Stal en Tervant.
De dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand zorgt o.a. voor de aangifte van de overlijdens, de aanvraag van concessies, klachtenbehandeling en registratie van de overledenen op de begraafplaatsen. De groendienst is verantwoordelijk voor de inplanting van het groen en de graven op de percelen. Voor het onderhoud van de gemeenschappelijke delen van de begraafplaatsen staan de gemeentelijke werkplaatsen in.

Wetgeving

 

De regelgeving rond de begraafplaatsen wordt bepaald door de Vlaamse Regering. Op 16 januari 2004 keurde deze het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging goed. De Vlaamse Regering creëerde op 14 mei 2004 het besluit tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria om de verdere uitvoering van de wetgeving mogelijk te maken.

Het eerste besluit van 14.05.2004 handelt over de organisatie, de inrichting en het beheer van de begraafplaatsen en crematoria. Op 21.10.2005 volgde het tweede besluit waarin de voorwaarden bepaald worden waaraan een doodskist of ander lijkomhulsel moet beantwoorden.

Verder kan de gemeente zelf een gemeentelijk reglement opstellen om de meer praktische zaken en details te regelen. Ook Beringen heeft zo'n reglement. Hierin vind je allerlei bepalingen van afmetingen van graftekens tot het bewaren van de orde op de begraafplaatsen.

 

Hieronder kan je de regelgeving bekijken:

 

decreet van 16.01.2004 (Vlaamse Regering)

 

besluit van 14.05.2004 (Vlaamse Regering)

 

besluit van 21.10.2005 (Vlaamse regering)

 

besluit van 24.02.2006 (Vlaamse Regering)

 

omzendbrief BA-2006/03 van 10.03.2006

 

Gemeentelijk politiereglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

 

Voor verdere inlichtingen kan je steeds terecht op de sector burgerlijke stand. Je kan ons telefonisch bereiken op het nummer 011 43 02 14 of 011 43 02 15 of mail naar burgerlijkestand@beringen.be

 

 

Erkenning

De wetgever gaat ervan uit dat ieder kind recht heeft op een vader en een moeder.

Dit blijkt uit deze artikelen uit het Burgerlijk Wetboek:
"Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk heeft als vader de echtgenoot van de moeder."
"Het kind dat geboren is binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk van zijn moeder en na een nieuw huwelijk van die moeder, heeft de nieuwe echtgenoot van de moeder tot vader."

Maar wat moet er gebeuren indien de moeder en de vader niet met elkaar gehuwd zijn? In dat geval kan de vader, mits uitdrukkelijke toestemming van de moeder, het kind erkennen.

De wetgeving omtrent erkenning is erg complex. Op de dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand zal men je graag informeren.

Getuigschriften en uittreksels

Bewijs van nationaliteit

 

Belgen kunnen dit document bekomen op de dienst Burgerzaken, sector bevolking. Personen met een andere nationaliteit moeten zich wenden tot hun ambassade of consulaat.
Via het online formulier kan je het aanvraagformulier voor een "Bewijs van nationaliteit" invullen.

Getuigschrift van woonst

 

Dit getuigschrift bewijst dat je in Beringen woont of gewoond hebt.
Via het online formulier kan je het aanvraagformulier voor een "Getuigschrift van woonst" invullen.

Samenstelling Gezin

 

Elk gezin, ingeschreven in de bevolkingsregisters, kan een document bekomen met vermelding van alle gezinsleden die op één bepaald adres wonen.
Via het online formulier kan je het aanvraagformulier voor een document "Samenstelling van gezin" invullen.

Bewijs van leven

Met dit document kunnen personen, die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, aantonen dat ze op een bepaalde datum in leven zijn. 
 

Slachtaangifte

 

Vanaf 1 december 2004 werd een geïnformatiseerd systeem ingevoerd voor de aangifte van particuliere slachtingen. Hierdoor moet iedereen die een particuliere slachting (al dan niet in het slachthuis) wil laten uitvoeren, voorafgaand geregistreerd worden.

 

Eénmalige registratie

 

Professionale veehouders die reeds een registratienummer hebben in Sanitel, zullen met dat nummer kunnen verderwerken.

Particuliere aanvragers, die nog geen registratienummer hebben, moeten voorafgaand éénmalig een registratienummer aanvragen.

 

Aangifte

Het unieke registratienummer van de eigenaar van het slachtdier moet steeds opgegeven worden bij een slachtaangifte.

Gebeurt de particuliere slachting in het slachthuis, dan wordt de slachtaangifte rechtstreeks gedaan in het slachthuis. Bij slachting buiten het slachthuis, moet de eigenaar van het dier persoonlijk de slachtaangifte doen bij de dienst bevolking.

 

Uittreksel geboorte- of huwelijksakte

 

Uittreksels uit de geboorte- of huwelijksakte moeten steeds worden aangevraagd aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente waar de geboorte of het huwelijk heeft plaatsgehad.   

Uittreksel overlijdensakte

 

Een uittreksel uit de overlijdensakte kan bekomen worden, zowel bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de plaats van overlijden, als bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente waar betrokkene woonachtig was op het moment van overlijden.

 

Huwelijken

De huwelijksaangifte moet gebeuren in de gemeente waar op datum van opmaak van de akte van aangifte één van de aanstaande echtgenoten is ingeschreven. De huwelijksaangifte is slechts 6 maanden geldig en de wachttijd tussen de aangifte en het voltrekken van het huwelijk moet minimum 14 dagen zijn.

 

Het wettelijk huwelijk kan voltrokken worden elke dag van de week behalve op zaterdag en op zon- en feestdagen.

De huwelijksaangifte is pas mogelijk als alle wettelijk voorgeschreven documenten aanwezig zijn. De afschriften van de geboorte-, echtscheidings- en overlijdensaktes die te verkrijgen zijn in andere Belgische gemeentes worden door de dienst burgerlijke stand aangevraagd. Enkel documenten uit het buitenland moet u zelf voorzien.

 

Voor de aangifte moeten beide partners zich aanmelden met hun identiteitskaart. Er kan ook een aangifte gebeuren door één partner maar dan moet er een gelegaliseerde volmacht voorgelegd worden van de afwezige partner.

 

 

Voor meer informatie kan je terecht bij de dienst burgerzaken, sector burgerlijke stand of op één van volgende coördinaten:

T 011 43 03 61 of mail je naar burgerlijkestand@beringen.be

 

 

 

Identiteitsbewijzen

Identiteitsstuk (-12 jaar)

Dit kaartje is bedoeld voor kinderen jonger dan 12 jaar. Na de geboorte wordt het door de dienst Burgerzaken, sector bevolking per post opgestuurd. Het is enkel geldig in België.
Kostprijs: gratis

 

Het identiteitsstuk wordt afgegeven aan de persoon of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over het kind. Het identiteitsstuk is geldig tot:

  • het kind 12 jaar wordt;
  • zolang het kind geen verandering van naam, voornaam of nationaliteit ondergaat.

Identiteitsbewijs (-12 jaar)

 

Het identiteitsbewijs is eveneens bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar van niet-Belgische nationaliteit. Dit bewijs is altijd nodig wanneer het kind naar het buitenland reist. Voor reizen naar het buitenland laten alle lidstaten van de Europese Unie, behalve Bulgarije,
Litouwen, Roemenië en Slovakije kinderen van minder dan 12 jaar, vergezeld van minstens 1 ouder, op het grondgebied toe op voorwaarde dat zij in het bezit zijn van een geldig identiteitsbewijs.
Tot nader order vragen Bulgarije, Litouwen,Roemenië en Slovakije dat kinderen onder de 12 jaar in het bezit zijn van een geldig internationaal paspoort.

 

Het identiteitsbewijs wordt aangevraagd en meegegeven aan de ouder of de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent.

Het kind mag de Belgische of een andere nationaliteit bezitten.
Het identiteitsbewijs is 2 jaar geldig en dat maximum tot het kind 12 jaar is. Een recente pasfoto is vereist (45x35mm) in zwart-wit of kleur met witte achtergrond.
Kostprijs: 1,50 EUR.

 

Aan welke vereisten moet de aangeboden pasfoto voldoen?

 

De foto van de houder moet:

  • recent en goed gelijkend zijn;
  • in in vooraanzicht worden genomen;
  • een lichte en egale achtergrond hebben;
  • de afmetingen van de rechthoekige foto's zijn 35 bij 45 mm, zonder witte rand;
  • de hoofdhoogte van de houder moet tussen minimum 25 mm en maximum 40 mm liggen;
  • het hoofd van de houder moet volledig en in het midden op de foto staan.  

Hij moet voldoen aan de kwaliteitsvoorwaarden die vereist worden voor de foto, die aangebracht wordt op de Belgische identiteitskaart, uitgereikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 29 juli 1985 betreffende de identiteitskaarten (artikel 1 van het voornoemde ministerieel besluit van 23 december 1996).

Een strikte houding van de gemeenten is noodzakelijk wat de specificaties van de foto's en hun behandeling betreft. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat de foto beantwoordt aan de vereiste normen.

 

Belangrijk bericht aan de ouders van kinderen die net geen twaalf jaar oud zijn en op reis vertrekken naar het buitenland:
Het identiteitsbewijs voor kinderen onder de 12 jaar (hetzij de Kids-ID, hetzij het papieren identiteitsbewijs) wordt in heel wat landen aanvaard als reisdocument, dit niet enkel binnen de meeste landen van de Europese Unie, maar ook in enkele toeristische vakantielanden buiten de Europese Unie, zoals o.m. Egypte en Tunesië.

 

Om dit identiteitsbewijs op een geldige wijze te kunnen aanwenden als reisdocument is niet enkel vereist dat dit document nog geldig is op het ogenblik van het vertrek naar het buitenland. Dit identiteitsbewijs dient eveneens nog geldig te zijn op het moment van de terugkeer naar België.

 

Er moet op gewezen worden dat u moeilijkheden zou kunnen ondervinden bij reizen naar het buitenland met kinderen die net geen 12 jaar oud zijn wanneer u dit identiteitsbewijs als reisdocument wenst te gebruiken in het buitenland. Dergelijke situaties kunnen zich voordoen wanneer uw kind enkele dagen of weken vóór het bereiken van de leeftijd van 12 jaar naar het buitenland vertrekt (en uw kind op dat ogenblik nog over een geldig identiteitsbewijs beschikt), doch indien het pas terugkeert nadat het de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt (en dit identiteitsbewijs dan ook niet langer geldig is).

Vaak zal het in dergelijke gevallen mogelijk zijn om een kosteloze voorlopige identiteitskaart (die geldig is tot 2 maanden na de uitreiking) aan te vragen. Hierbij dient wel te worden benadrukt dat deze voorlopige identiteitskaart slechts geldig is gedurende 2 maanden na de uitreiking en dat deze voorlopige identiteitskaart bovendien ook niet wordt aanvaard door alle landen die ook het identiteitsbewijs voor kinderen onder de twaalf jaar aanvaarden.

 

De Kids-ID (-12 jaar)

 

 

De Kids-ID:
- is de elektronische identiteitskaart voor kinderen jonger dan 12 jaar van Belgische nationaliteit;

- geeft de mogelijk om, zowel binnen als buiten het Rijk, een kind snel te identificeren;

- wordt in alle landen van de EU aanvaard als geldig reisdocument.
Toch volstaat de kaart alleen niet indien men op reis gaat: het kind moet vergezeld worden door een van zijn ouders of voogden die zelf over een geldig identiteitsdocument moeten beschikken.

 

De Kids-ID is een identiteits- en reisdocument, maar biedt tevens andere voordelen:
- elektronische identificatie mogelijk vanaf zes jaar.
De gegevens op de chip bieden de mogelijkheid om de kaart op internet te gebruiken en om veiliger te surfen en te chatten, maar biedt ook andere elektronische gebruiksmogelijkheden. Zij kan in de toekomst bijvoorbeeld ook gebruikt worden als bibliotheekkaart, lidkaart van een sportclub, ...

- vermelding op alle documenten van een centraal en uniek telefoonnummer, 24 uur op 24 uur, 7 dagen op 7 bereikbaar, waarnaar gebeld kan worden indien het kind een probleem heeft of in gevaar is.
De ouders kunnen, als ze dit wensen, dit centrale nummer toevoegen aan een lijst van nummers waarnaar in een noodgeval getelefoneerd kan worden;

- een betere beveiliging van het document.

Er werden verschillende beveiligingselementen van het eID in het document geïmplementeerd om het moeilijk vervalsbaar te maken;

- door de chip biedt de Kids-ID ook extra veiligheid op het internet;

- met de Kids-ID zal in de nabije toekomst één kaart genoeg zijn voor tal van toepassingen (op school, in de bibliotheek, enz.).

 

Hoe ziet de Kids-ID eruit?

 

De Kids-ID lijkt op de elektronische identiteitskaart voor +12-jarigen. Ze heeft hetzelfde formaat en bevat ook een elektronische chip.

 

a. Informatie die met het blote oog en elektronisch leesbaar is

Voorzijde:
- de naam;
- de eerste twee voornamen;
- de eerste letter van de derde voornaam;
- de nationaliteit;
- de geboorteplaats en -datum;
- het geslacht;
- de begin- en einddatum van de geldigheidsduur van het document;
- de benaming en het nummer van het document;
- de foto van de houder.

 

Keerzijde:
- de gemeente van afgifte;
- het rijksregisternummer.

 

b. Informatie die enkel met het blote oog leesbaar is

- de handtekening van de gemeenteambtenaar;
- de identiteit van de ouders;
- een tekst met inlichtingen en een telefoonnummer waarnaar kan gebeld worden in geval van nood (tel. +32(0)78.150.350).

 

c. Informatie die enkel elektronisch leesbaar is

- de identiteitssleutel en -certificaten voor de kinderen vanaf zes jaar;
- de geaccrediteerde certificatiedienstverlener;
- de informatie die nodig is voor de authenficatie van de kaart en voor de beveiliging van de elektronische gegevens die op de kaart voorkomen;
- het adres van de houder.

 

Aanvraag van de Kids-ID

 

De procedure voor de uitreiking van de Kids-ID is grotendeels identiek aan deze van de elektronische identiteitskaarten (zie verder onder "elektronische identiteitskaarten").

Toch zijn er enkele belangrijke verschillen:
- geen oproeping aangezien het document enkel op aanvraag wordt afgeleverd;

- er moet extra aandacht besteed worden aan de behandeling van het basisdocument.

 

a. Procedure

- de persoon (personen) die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent (uitoefenen) biedt (bieden) zich aan op de dienst Bevolking van het gemeentebestuur.

 

Belangrijk is dat zij moeten vergezeld zijn van het kind waarvoor de Kids-ID wordt aangevraagd.

De aanwezigheid van het kind bij de afgifte van een bewijs is verplicht, aangezien het gaat om een veiligheidsmaatregel die het voor de medewerker van het gemeentebestuur mogelijk moet maken de gelijkenis tussen de aangeboden foto en het uiterlijk van het kind te controleren.

- de aangestelde van de gemeente controleert de identiteit van de volwassene die het kind vergezelt en zijn hoedanigheid van persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent;

- de aangestelde controleert of de voorgelegde foto wel degelijk de foto van het kind is dat de Kids-ID zal aanvragen;

 

Enkel de handtekening van de gemeenteambtenaar moet aangebracht worden op het basisdocument. Het kind ondertekent het basisdocument niet.

Kostprijs: 3 EUR.

 

b. Geldigheidsduur

 

De kaart is 3 jaar geldig. De Kids-ID vervalt hoe dan ook op de twaalfde verjaardag van het kind.

 

Centraal telefoonnummer

 

Wanneer een kind verdwaalt of slachtoffer is van een ongeluk of een misdrijf, kunnen zijn ouders of naasten snel gecontacteerd worden dank zij het noodnummer dat op het Kids-ID staat. Het opmaken van een telefoonlijst voor noodoproepen is facultatief.

Het kiezen voor een centraal telefoonnummer, gelinkt aan een cascadesysteem, biedt meerdere voordelen:
- geen enkel persoonlijk gegeven van een derde wordt nog op het document vermeld;

- er kunnen meerdere contactnummers doorgegeven worden, zodat, bij een gebrek aan reactie op het eerste nummer, men naar het volgende nummer kan overgaan tot er een reactie is;

- het systeem is flexibel in die zin dat een contactnummer dat niet meer actueel is, geschrapt en/of gewijzigd kan worden.
Als u een kind aantreft dat in de problemen zit, dan kunt u in een mum van tijd zijn ouders of verwanten waarschuwen.

 

a. Hoe werkt het?

Op de achterkant van de Kids-ID staat een noodnummer met een korte verklarende tekst in het Nederlands of Frans, én in het Engels:
"In geval van nood/In case of emergency +32 (0)78 150 350. Neem contact op met de ouders van het kind of met een vertrouwenspersoon via het bovenvermeld telefoonnummer, of wend u tot het dichtstbijzijnde politiebureau (in België: tel. 101)"

Bij het aantreffen van een kind in nood:
- bel +32 (0)78 150 350. Je wordt verbonden met een noodcentrale;

- kies taal en de menu-optie "een vertrouwenspersoon van het kind contacteren";

- geef het Rijksregisternummer van het kind in dat op de Kids-ID staat vermeld. Meteen word je doorgeschakeld naar het eerste telefoonnummer dat de ouders van het kind hebben ingesteld;

- indien geen antwoord word je doorgeschakeld naar het volgende nummer van de telefooncascade.
Als ook daar niemand opneemt word je verbonden met het derde telefoonnummer enz.
De ouders kunnen in totaal 7 telefoonnummers instellen;

- Als je uiteindelijk niemand zou kunnen bereiken, dan word je doorgeschakeld naar Child Focus. Ook als de ouders van het kind geen telefoonlijst geactiveerd hadden, word je onmiddellijk doorgeschakeld naar Child Focus.

 

b. Instellen telefooncascade

Je bent niet verplicht om telefoonnummers in te stellen.
Als je daar wel voor kiest, dan moet je het systeem eerst zelf activeren. Dat gaat als volgt:

- Als je een Kids-ID voor je kind aanvraagt ontvang je per post 3 codes: een PUK-, een PIN- code en een code "contact ouders";
- Met de code "contact ouders" kan je je registreren op www.halloouders.be of via (078) 150 350. Je hebt daarvoor ook het Rijksregisternummer van je kind nodig.

- Vervolgens kan je tot 7 nummers ingeven van jezelf of van andere vertrouwenspersonen.
In noodgevallen worden de verschillende telefoonnummers opgebeld in de volgorde van je lijst.
Bepaal dus de volgorde in functie van de verwantschap, maar ook van de vermoedelijke bereikbaarheid.

Op elk moment kunt u, met dezelfde code, de lijst met telefoonnummers aanpassen of de service annuleren. Verlies dus de code niet: duplicaten zijn niet verkrijgbaar.

De code "contact ouders" en de telefoonlijst blijven actief, ook als de Kids-ID geannuleerd wordt of vervalt. Dus ook na de twaalfde verjaardag van uw kind kan het noodnummer gebruikt worden.
Alleen als een nieuwe kaart aangevraagd wordt voor hetzelfde kind, wordt een nieuwe code opgestuurd en vervallen de vorige code en lijst.


Activatie

 

a. Procedure

Om het identiteitsdocument te activeren gaat de persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent met de brief met de PUK-code of de PIN/PUK-code naar de dienst Bevolking van zijn gemeentebestuur om het identiteitsdocument te activeren.

De aangestelde van de gemeente:
- geeft toelichting bij het nut van de codes en wijst de ouder erop dat het belangrijk is dat het kind ouder dan zes jaar het geheime karakter respecteert;

- brengt in herinnering dat het belangrijk is de codes op een andere plaats te bewaren dan de plaats waar het identiteitsdocument van het kind zich bevindt;

- controleert, vooraleer tot activering over te gaan, of de persoon die zich aanmeldt om het identiteitsdocument te activeren wel degelijk het ouderlijk gezag over het kind uitoefent;
- controleert de identiteit van het betrokken kind;

- brengt de persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent op de hoogte van de mogelijkheid om bij het telefoonnummer, dat vermeld wordt op het identiteitsdocument, een lijst met oproepnummers te vermelden waartoe men zich zou kunnen richten in geval van nood;

- kan de persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent de raad geven om het telefoonnummer van de Belpic-helpdesk te bewaren om, in geval van verlies van het document, het elektronisch identiteitscertificaat onmiddellijk te kunnen opschorten;

- overhandigt de informatie die vermeld wat moet ondernomen worden in geval van verlies of diefstal van de Kids-ID.

- na controle van de identiteit van de burger en van de situatie van de identiteitskaart die hem gaat worden afgeleverd start de aangestelde van de gemeente de deblokkeringsprocedure van de chip en de activeringsprocedure van eventuele certificaten. Hiervoor steekt de aangestelde de elektronische identiteitskaart in de kaartlezer "burger" in en nodigt deze laatste uit om zijn PUK-code via het numerieke toetsenbord van de kaartlezer "burger" in te voeren. De aangestelde wordt door de BELPIC-interface ingelicht over het verloop van dit procédé.

- Wanneer de deblokkeringsfase van de elektronische identiteitskaart geslaagd is, gaat het systeem automatisch over naar de activeringsfase van eventuele certificaten. Tijdens deze fase wordt de burger tweemaal uitgenodigd om zijn PIN-code in te voeren en om deze te bevestigen.

 

 

De elektronische identiteitskaart

 

De introductie van de elektronische identiteitskaart in ons land kaderde in de organisatie van het e-government dat samengaat met de administratieve vereenvoudiging en de modernisering van de overheidsdiensten.

Deze hervormingen hebben maar één doel: de burger zo goed mogelijk ten dienste staan.

 


Wie moet in het bezit zijn van een identiteitskaart?

 

Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt iedere Belg in het bezit gesteld van een identiteitskaart. Vanaf de 15de verjaardag moet iedereen deze identiteitskaart steeds bij zich hebben.



Elektronische identiteitskaartWelk is de kostprijs?

 

De elektronische identiteitskaart kost 13 EUR.
Een duplicaat, afgeleverd na verlies of diefstal, kost 15 EUR

 

 

 

 

De geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart.

 

De elektronische identiteitskaart heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.


Hoe ziet de nieuwe identiteitskaart eruit?

 

De elektronische identiteitskaart heeft het formaat van een bankkaart en bevat een microchip. De kaart heeft zichtbare en onzichtbare informatie.

a. Zichtbare informatie
Zoals op de huidige identiteitskaart bevat de nieuwe kaart zichtbare informatie:

  • naam;
  • voornamen;
  • nationaliteit;
  • geboorteplaats en -datum;
  • het geslacht;
  • de plaats van afgifte van de kaart;
  • de begin- en einddatum van de geldigheid van de kaart;
  • de benaming en het nummer van de kaart;
  • het rijksregisternummer;
  • de foto van de houder;
  • de handtekening van de houder en van de gemeentelijke ambtenaar;

Het adres is niet zichtbaar aanwezig op de elektronische identiteitskaart!

 

b. Onzichtbare informatie
De elektronisch leesbare informatie is dezelfde als de informatie die met het blote oog leesbaar is. Het adres is enkel elektronisch opgeslagen zodat de kaart niet vervangen moet worden bij iedere adreswijziging.
Verder zijn er nog een aantal veiligheids- en identificatiesleutels ingebouwd.

 

Hoe verloopt de procedure voor de aanvraag van een elektronische identiteitskaart?

  • je ontvangt je oproepingskaart van de dienst Burgerzaken, sector bevolking;
  • je leest goed de instructies op deze kaart;
  • je biedt je aan met deze oproepingskaart, een pasfoto die voldoet aan de wettelijke voorwaarden (kijk hiervoor op de oproepingskaart) en 11 EUR;
  • de gemeentebediende maakt een basisdocument op nodig voor de aanvraag van de elektronische identiteitskaart;
  • hou je briefwisseling goed in de gaten want binnen een termijn van 2 tot 4 weken ontvang je een gesloten briefomslag (buitenzijde wit, binnenzijde grijs) zonder afzender. Deze omslag bevat jouw PIN- en PUK-code (vergelijkbaar met deze van een GSM). Gooi deze omslag niet weg want deze codes zijn noodzakelijk voor de aktivatie van jouw elektronische identiteitskaart;
  • je meldt je opnieuw aan bij de dienst Burgerzaken, sector bevolking met deze codes. De elektronische identiteitskaart wordt met behulp van deze codes geactiveerd;
  • bewaar de briefomslag met jouw PIN- en PUK-code op een veilige plaats;

 

Aan welke vereisten moet de aangeboden pasfoto voldoen?

 

De foto's moeten overeenstemmen met de normen zoals vastgelegd door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken voor de elektronische identiteitskaart;

  • afmetingen van de foto 35 bij 45mm zonder witte rand;
  • hoofdhoogte: minimum 25mm en maximum 40mm;
  • vooraanzicht, beide oren zichtbaar;
  • zonder hoofddeksel;
  • geen donkere bril;
  • geen schaduw in het gezicht of op de achtergrond;
  • geen spiegeling in de bril;
  • hoofd moet volledig en in het midden op de foto staan;
  • de positionering van het hoofd moet in de juiste verhouding zijn weergegeven. Het mag niet tot gevolg hebben dat delen daarvan niet zichtbaar zijn. Op de foto mogen geen accessoires getoond worden;
  • de foto's moeten een lichte, effen en egale achtergrond hebben;
  • de foto's moeten onbeschadigd, recent en gelijkend zijn;

 

Activeren van de kaart

 

De burger kan dan met zijn pin- en pukcodes en zijn identiteitskaart die hij op dit moment in zijn bezit heeft, naar de dienst Burgerzaken gaan om zijn elektronische identiteitskaart af te halen. In het geval dat de burger zich niet persoonlijk kan aanbieden, kan hij een andere persoon met dit document machtigen om zijn elektronische identiteitskaart te activeren en mee te nemen.

 

Na controle van de identiteit van de burger en van de situatie van de identiteitskaart die hem gaat afgeleverd worden start de medewerker de deblokkeringsprocedure van de chip en de activering van de eventuele certificaten. Hiervoor nodigt de medewerker de burger uit om zijn PUK-code via het numerieke toetsenbord van de kaartlezer in te voeren.

 

Kaartlezer

Nadien start de activeringsfase van de certificaten. Hiervoor moet de burger zijn PIN-code invoeren. Hij heeft de mogelijkheid om, indien hij dat wenst, zijn PIN-code te wijzigen en een andere persoonlijke code in te voeren.

Indien de burger de mailing met de PIN- en PUK-code niet zou ontvangen hebben kan deze vragen dat de codes terug opgestuurd worden. Deze codes worden dan rechtstreeks naar het gemeentebestuur gezonden. De burger zal uitgenodigd worden zich nogmaals aan te bieden voor de activering van de identiteitskaart.

 

 

 

Diefstal, verlies of beschadiging van kaart of code

 

Voor verlies of beschadiging kan je terecht bij het gemeentebestuur, dienst Burgerzaken. Voor aangifte van diefstal van je identiteitskaart moet je naar de politie.

Je kan tijdens de openingsuren terecht bij de dienst Burgerzaken of bij het dichtstbijzijnde politiekantoor. Buiten deze uren zal een helpdesk 24u op 24 bereikbaar zijn. Zo kan je ieder ogenblik vragen uw kaart te schorsen zodat niemand anders er gebruik van kan maken.
De helpdesk in 24u op 24, 7 dagen op 7 operationeel.

Dit zijn de coördinaten van de helpdesk:

00800 2123 2123
 

Indien de verloren of gestolen kaart wordt teruggevonden binnen 7 dagen na aangifte aan de bevoegde diensten of de helpdesk:

  • breng onmiddellijk de dienst Burgerzaken op de hoogte;
  • de elektronische functie van de identiteitskaart zal dan terug geactiveerd worden;

Indien de verloren of gestolen identiteitskaart niet wordt teruggevonden binnen 7 dagen na aangifte aan de bevoegde diensten of de helpdesk of in geval van daadwerkelijke vernietiging:

  • zal de elektronische functie van de vorige identiteitskaart geannuleerd worden;
  • moet je een nieuwe identiteitskaart aanvragen op de dienst Burgerzaken, sector bevolking;

 

Pin- en/of Puk-code vergeten?

 

Er moet een onderscheid worden gemaakt: voor of na de activering van de elektronische identiteitskaart.
Voor: je wordt uitgenodigd om een formulier (verklaring op eer) te ondertekenen. De sector bevolking faxt dit formulier naar de helpdesk die een herdruk van de codes vraagt. Deze procedure mag maar éénmaal gehanteerd worden.
Na: Indien PIN verloren, maar PUK gekend dan kan er op de sector Bevolking een nieuwe PIN gecreëerd worden; 
Indien PIN- en PUK-code verloren breng je - eventueel telefonisch - hiervan de dienst Bevolking op de hoogte. Er worden dan nieuwe codes aangevraagd die dit keer op de dienst Bevolking zullen geleverd worden. Een medewerker brengt je dan op de hoogte wanneer de nieuwe codes er zijn.

Voor inlichtingen over de elektronische identiteitskaart kan je terecht op het Administratief Centrum, Dienst Burgerzaken, sector bevolking, Mijnschoolstraat 88,
T 011 43 03 60
of op de website van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken

 

Elektronische vreemdelingenkaart

De kartonnen vreemdelingenkaarten waren verouderd en moesten beter beveiligd worden. In navolging van de elektronische identiteitskaart voor Belgen kwam dus de vraag om ook voor vreemdelingen een dergelijke kaart te ontwikkelen.

Door de invoering van de elektronische vreemdelingenkaart krijgen ook niet-Belgen de sleutel in handel om zich ten volle in te schakelen in de elektronische maatschappij.

 

Met de introductie van de elektronische vreemdelingenkaarten zullen de kartonnen identiteitskaarten voor vreemdelingen en de kartonnen verblijfskaarten voor een onderdaan van de E.E.G. verdwijnen.
Zij worden vervangen door elektronische kaarten (C, E, E+, F, F+ kaarten).

 

De "Bewijzen van inschrijving in het vreemdelingenregister" worden vervangen door elektronische kaarten (A en B kaarten). De "Attesten van Immatriculatie" worden vooralsnog niet vervangen door elektronische kaarten en blijven in hun huidige vorm bestaan.

 

Kostprijs van de elektronische vreemdelingenkaart 

 

De elektronische identiteitskaart kost 13 EUR.
Een duplicaat, afgeleverd na verlies of diefstal, kost 15 EUR

 

De geldigheidsduur van de elektronische vreemdelingenkaart

 

De elektronische vreemdelingenkaart heeft, in principe, een geldigheidsduur van 5 jaar.

 

Modellen van de elektronische vreemdelingenkaart

 

De vreemdelingenkaarten kunnen voortaan volgens twee modellen worden afgeleverd:

  • Model voor de niet-EU vreemdelingen;
  • Model voor de EU-onderdanen en hun familieleden.

a. Model voor niet-EU vreemdelingen

Deze kaart wordt afgeleverd aan niet-EU onderdanen:

  • Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister - Tijdelijk verblijf (A kaart );
  • Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister - onbepaalde duur (B kaart);
  • Identiteitskaart voor vreemdeling (C kaart);
  • EG-Langdurig ingezetene (D kaart ).

Opmerkingen:
- deze kaart niet mag worden afgeleverd aan de niet-EU vreemdelingen die in aanmerking komen voor een elektronische kaart voor een familielid van een burger van de Unie (F, F+-kaart);
- deze kaart moet worden afgeleverd aan de EU-onderdaan die geen gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer en die dus niet in aanmerking komt voor een E of E+-kaart;

- deze kaart moet worden afgeleverd aan niet-EU vreemdelingen die lid zijn van een gezin van een EU-burger die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vr? verkeer. In dit geval zal op de kaart worden vermeld: 'gezinslid';

- deze kaart moet worden afgeleverd aan EU vreemdelingen die in België verblijven op basis van gezinshereniging met een EU-onderdaan die zelf geen gebruik maakte van het recht van vrij verkeer. In dit geval mag 'gezinslid' niet op de kaart worden vermeld (zie EU verordening 1030/2002).

 

b. Model voor EU-vreemdelingen 

EU onderdanen die gebruik maken van hun recht van vrij verkeer worden in het bezit gesteld van een E of E+ -kaart, als zij in België verblijven, op basis van hun recht van vrij verkeer. Wanneer de onderdaan van een EU lidstaat geen gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, komt hij niet in aanmerking voor een E of E+ kaart, maar zal hem een A, B, C of D kaart moeten worden afgeleverd.

 

Een familielid van een burger van de Unie wordt in het bezit gesteld van een F of F+ -kaart 

Concreet wordt een elektronische kaart, volgens hetzelfde model als voor de hierboven genoemde EU-onderdanen, afgeleverd aan de vreemdelingen die een verblijf in België hebben dat gelinkt kan worden aan artikel 40 van de Wet van 15 december 1980, als familielid van een EU-onderdaan of van een Belg.

Zij ontvangen dus geen Identiteitskaart voor Vreemdeling (C-kaart), geen Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister (A- of B-kaart) en geen kaart voor langdurig ingezetenen (D-kaart).

Om na te gaan of een vreemdeling in aanmerking komt voor een F-kaart, moet worden uitgegaan van de actuele situatie waarin de vreemdeling zich bevindt.

 

Aan welke vereisten moet de aangeboden pasfoto voldoen?

 

De foto's moeten overeenstemmen met de normen zoals vastgelegd door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken voor de elektronische identiteitskaart:

 

  • afmetingen van de foto 35 bij 45mm zonder witte rand; 
  • hoofdhoogte: minimum 25mm en maximum 40mm; 
  • vooraanzicht, beide oren zichtbaar; 
  • zonder hoofddeksel. Om onbetwistbare godsdienstige of medische redenen, kan een foto met hoofddeksel toegestaan worden, op voorwaarde dat het gezicht volledig vrij is, d.w.z. het voorhoofd, de wangen, de ogen, de neus en de kin moeten volledig onbedekt zijn. Het is wenselijk maar niet vereist dat het haar en de oren eveneens vrij zijn;
  • geen donkere bril; 
  • geen schaduw in het gezicht of op de achtergrond; 
  • geen spiegeling in de bril;
  • hoofd moet volledig en in het midden op de foto staan;
  • de positionering van het hoofd moet in de juiste verhouding zijn weergegeven. Het mag niet tot gevolg hebben dat  delen daarvan niet zichtbaar zijn. Op de foto mogen geen accessoires getoond worden;
  • de foto's moeten een lichte, effen en egale achtergrond hebben;
  • de foto's moeten onbeschadigd, recent en gelijkend zijn;

Hoe ziet de nieuwe vreemdelingenkaart eruit?

 

De elektronische identiteitskaart heeft het formaat van een bankkaart en bevat een microchip. De kaart heeft zichtbare en onzichtbare informatie.

 

a. Zichtbare en elektronisch leesbare gegevens:

  •  de naam;
  •  de twee eerste voornamen;
  •  de eerste letter van de derde voornaam;
  •  de nationaliteit;
  •  de geboorteplaats- en datum;
  •  het geslacht;
  • de plaats van afgifte van de kaart (gemeente van uitgifte);
  • de begin- en einddatum van geldigheid van de kaart;
  • de benaming en het nummer van de kaart;
  • de foto van de houder;
  • het identificatienummer van het Rijksregister;
  • eventueel: de staat van verlengde minderjarigheid.
  • de specifieke categorie van kaart (A, B, C, D, E of F-kaart);
  • de vermelding duplicaat;
  • de vermelding 'navo'/'shape';
  • de vermelding 'gezinslid'.

b. Louter met het blote oog zichtbare gegevens:

  • de handtekening van de houder;
  • de handtekening van de gemeentelijke ambtenaar.

c. Louter elektronisch leesbare gegevens:

  • de identiteits- en handtekeningscertificaten;
  • de geaccrediteerde certificatiedienstverlener;
  • de informatie nodig voor de authentificatie van de kaart en voor de beveiliging van de elektronisch leesbare gegevens voorkomend op de kaart;
  • de andere vermeldingen, opgelegd door de wet;
  • de hoofdverblijfplaats van de houder.

d. Opmerkingen

  • Adresgegevens: op de elektronische vreemdelingenkaarten zal, naar analogie met de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, het adres niet meer zichtbaar zijn maar opgenomen worden op de digitale chip; 
  • Burgerlijke staat: noch op de vreemdelingenkaart noch in de chip vermeld;

 

Hoe verloopt de procedure voor de aanvraag van een elektronische vreemlingenkaart?

  • je ontvangt je oproepingskaart van de dienst Burgerzaken, sector bevolking of je kan je ook spontaan aanbieden;
  • je leest goed de instructies op deze kaart;
  • je biedt je aan met deze oproepingskaart, 2 pasfoto's die voldoen aan de wettelijke voorwaarden (kijk hierboven) en 11 EUR;
  • de gemeentebeambte maakt een basisdocument op nodig voor de aanvraag van de elektronische vreemdelingenkaart;
  • hou je briefwisseling goed in de gaten want binnen een termijn van 2 tot 4 weken ontvang je een gesloten briefomslag (buitenzijde wit, binnenzijde grijs) zonder afzender. Deze omslag bevat jouw PIN- en PUK-code (vergelijkbaar met deze van een GSM). Gooi deze omslag niet weg want deze codes zijn noodzakelijk voor de aktivatie van jouw elektronische vreemdelingenkaart;
  • je meldt je opnieuw aan bij de dienst Burgerzaken, sector bevolking met deze codes. De elektronische vreemdelingenkaart wordt met behulp van deze codes geactiveerd;
  • de gemeentebeambte legt het nut van deze codes uit;
  • hij controleert de identiteit van de burger en de situatie van de identiteitskaart die gaat afgeleverd worden;
  • hij start de deblokkeringsprocedure van de chip en de afleveringsprocedure van de certificaten;
  • hij geeft de burger het advies de brief met deze codes zorgvuldig te bewaren. Bij voorkeur worden deze codes op een andere plaats bewaard dan waar zijn/haar identiteitskaart zich bevindt;
  • Hiervoor voert de medewerker de elektronische identiteitskaart in de kaartlezer "burger" in. De medewerker wordt door de Belpic-interface ingelicht over het verloop van de procedure.
    Na de bieptoon geeft de burger de PUK-code in. Wanneer de deblokkeringsfase geslaagd is, gaat het systeem automatisch over naar de activeringsfase van de certificaten. Tijdens deze fase moet de burger zijn PIN-code invoeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Naamsverandering

Wanneer je een gegronde reden meent te hebben voor de verandering van je naam of voornaam, kan je een verzoekschrift hiertoe overmaken aan de Minister van Justitie.
De aanvraag moet duidelijk de reden van de naamsverandering en de nieuwe naam vermelden.

 

Volgende stukken moeten bij het dossier worden gevoegd:

  • een geboorteakte;
  • een bewijs van woonst;
  • een bewijs van Belgische nationaliteit of voor vluchtelingen en staatlozen een attest
    dat deze hoedanigheid bewijst;
  • een schriftelijke verbintenis de registratierechten te zullen betalen.

 

Je aanvraag maak je over aan:
Federale Overheidsdienst Justitie
Dienst naamsveranderingen
Waterloolaan 115
1000 BRUSSEL

 

Na behandeling van je dossier ontvang je:

  • de beslissing van de minister (voor een voornaamsverandering);
  • de beslissing via een Koninklijk Besluit (voor een naamsverandering).

Dit document moet je, binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het Koninklijk Besluit definitief is geworden, laten registreren.
De kosten variëren tussen 49 en 740 euro.

Na de registratie moet je dit document binnen de 60 dagen overhandigen aan de Dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand.

 

Meer informatie over de procedure tot naamsverandering vind je op deze website van de Federale Overheidsdienst Justitie

 

Nationaliteitskeuze en -verklaring

Er zijn verschillende mogelijkheden om Belg te worden.
Vreemdelingen die in België geboren zijn of die een ouder hebben die Belg is kunnen, onder bepaalde voorwaarden, Belg worden zonder er zelf iets voor te moeten doen. De Belgische nationaliteit wordt hen toegekend.
Naast deze mogelijkheid zijn er nog vijf vormen om de Belgische nationaliteit te verkrijgen namelijk:

  • naturalisatie;
  • nationaliteitsverklaring;
  • nationaliteitskeuze;
  • door huwelijk met een Belg;
  • door bezit van staat;

Nationaliteitsverklaring art. 11bis

 

Een in België geboren kind is Belg indien de ouders (of adoptanten), voor het twaalf jaar wordt, een verklaring afleggen. Die ouders of adoptanten moeten hun hoofdverblijf in België hebben gehad gedurende de tien jaren voorafgaand aan de verklaring en het kind sedert geboorte.

 

Voorwaarden:

  • in België geboren zijn en niet ouder zijn dan 12 jaar;
  • sedert geboorte in België zijn hoofdverblijf hebben.
  • Volgende documenten moeten bij de verklaring gevoegd worden:
    • een geboorteakte van het kind;
    • een document "samenstelling gezin" waaruit blijkt dat de ouders 10 jaar
      onafgebroken hun hoofdverblijf in België hebben en het kind vanaf geboorte.


Nationaliteitsverklaring 12bis

 

Als meerderjarige vreemdeling (minstens 18 jaar oud) kan je de Belgische nationaliteit verkrijgen wanneer je een verklaring aflegt voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van je woonplaats.

 

Volgende personen komen hiervoor in aanmerking:

  • de in België geboren vreemdeling die er sedert zijn geboorte zijn hoofdverblijf heeft;
  • de in het buitenland geboren vreemdeling van wie één ouder op het tijdstip van de
    verklaring de Belgische nationaliteit bezit;
  • de vreemdeling die onafgebroken gedurende zeven jaar, voorafgaand aan de
    verklaring, zijn hoofdverblijf in België heeft gevestigd en die gemachtigd is of
    toegelaten werd tot een verblijf van onbeperkte duur in het Rijk of toegelaten werd
    om er zich te vestigen.

Volgende documenten moeten bij de verklaring gevoegd worden:

  • een (gelegaliseerd) uittreksel van de geboorteakte;
  • een bewijs van woonst met een overzicht van de adressen;
  • een kopie van het huidig verblijfsdocument;
  • eventueel documenten die het zeven jaar onafgebroken verblijf in België kunnen
    aantonen.

De ambtenaar van de Burgerlijke Stand zendt een kopie van het dossier naar het parket. Als de procureur des konings geen bezwaren heeft en een positief advies geeft, wordt de verklaring overgeschreven in de registers en ben je Belg.


Nationaliteitskeuze

 

Wanneer je tussen de 18 en 22 jaar bent, minstens 12 maanden voor de verklaring in België woont en in België gewoond hebt tussen de leeftijd van 14 en 18 jaar, ofwel gedurende tenminste 9 jaar, kan je een verklaring van nationaliteitskeuze afleggen voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

 

Volgende personen komen hiervoor in aanmerking:

  • de in België geboren vreemdeling;
  • de in het buitenland geboren vreemdeling waarvan de adoptant op het ogenblik van
    de verklaring Belg is;
  • de in het buitenland geboren vreemdeling die voor zijn zesde verjaardag minstens
    één jaar in België heeft gewoond, samen met een persoon die over hem het wettelijk gezag uitoefende;
  • de in het buitenland geboren vreemdeling van wie een ouder of adoptant op het
    tijdstip van de geboorte Belg was.

 

De procedure van nationaliteitskeuze is gelijklopend met de procedure van nationaliteitsverklaring.


Door huwelijk met een Belg

 

De vreemdeling die huwt met een Belg of wiens echtgenoot de Belgische nationaliteit verkrijgt tijdens het huwelijk, kan de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring af te leggen voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.


Voorwaarden:

  • gedurende tenminste zes maanden ononderbroken samen in België op hetzelfde
    adres verblijven;
  • de vreemdeling die op de dag van de verklaring sedert tenminste drie jaar
    ononderbroken gemachtigd werd tot een verblijf van meer dan drie maanden of om
    zich te vestigen binnen België.

Volgende documenten moeten bij de verklaring gevoegd worden:

  • een (gelegaliseerd) uittreksel van de geboorteakte;
  • een nationaliteitsbewijs, aan te vragen op de ambassade of het consulaat van het
    betreffende land in België;
  • een uittreksel uit de huwelijksakte;
  • een nationaliteitsbewijs van de Belgische echtgeno(o)t(e);
  • een bewijs van samenstelling van gezin.

Naturalisatie

 

Elke vreemdeling die meerderjarig is (minstens 18 jaar oud) en drie jaar (twee jaar voor staatlozen en erkende vluchtelingen)
zijn hoofdverblijf in België heeft gevestigd kan Belg worden door naturalisatie.


Voor meer informatie omtrent nationaliteitskeuze en -verklaring informeer bij de dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand op 011 43 02 15 of mail naar burgerlijkestand@beringen.be

 

 

 

Overlijden

Elk overlijden dat zich voordoet op het grondgebied van Beringen moet worden aangegeven bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Beringen.
De aangifte van het overlijden moet gebeuren door een lid van de familie of, in naam van de familie, door een begrafenisondernemer.

 

Meebrengen:

  • een overlijdensverklaring ondertekend door de geneesheer die de dood heeft vastgesteld;
  • de identiteitskaart en eventueel het trouwboekje van de overledene;
  • een attest met de laatste wilsbeschikking afgeleverd door de gemeente waar betrokkene gedomiciliëerd was;
  • een toelating tot begraven indien de begrafenis in een andere gemeente plaats heeft;
  • bij crematie: een aanvraag tot lijkverbranding;
  • een attest van een beëdigd geneesheer of in voorkomend geval een attest van de Procureur des Konings.

Registratie laatste wilsbeschikking/orgaantransplantatie

Laatste wilsbeschikking wijze teraardebestelling


Iedereen kan tijdens zijn leven een vrijwillige schriftelijke kennisgeving inzake wijze van teraardebestelling en/of wijze van uitvaartplechtigheid richten tot de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.
Wie jonger is dan 16 jaar wordt bijgestaan door de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent.

 

Bij de wijze van teraardebestelling zijn er volgende mogelijkheden:

  • begraving; 
  • crematie met begraving van de as binnen de omheining van de begraafplaats; 
  • crematie met bijzetting van de as in het columbarium van de begraafplaats; 
  • crematie met uitstrooiing van de as op de strooiweide van de begraafplaats; 
  • crematie met uitstrooiing van de as in de Belgische territoriale wateren; 
  • crematie met uitstrooiing van de as op een andere plaats dan de begraafplaats; 
  • crematie met begraving van de as op een andere plaats dan de begraafplaats; 
  • crematie met bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats.

 

De keuze van de wijze van de teraardebestelling wordt geregistreerd in het bevolkingsregister. Het kan alleen door de persoon zelf gewijzigd worden.

 

Bij wijze van uitvaartplechtigheid zijn er volgende mogelijkheden (deze keuze is facultatief):

 

  •  de uitvaartplechtigheid volgens de Katholieke Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Protestantse Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Anglicaanse Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Orthodoxe Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Joodse Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Islamitische Godsdienst;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Vrijzinnige Levensovertuiging;
  • de uitvaartplechtigheid volgens de Neutraal Filosofische Overtuiging.

 

De keuze van uitvaartplechtigheid wordt geregistreerd in het bevolkingsregister. Het kan alleen door de persoon zelf gewijzigd worden.

 

Verklaring orgaantransplantatie



Op de dienst Burgerzaken, sector bevolking kan men een verklaring laten opstellen waarin men verklaart al dan niet akkoord te zijn met het afstaan van organen na het overlijden.

Reispassen

Een geldig paspoort (=reispas) is vereist voor alle landen waarvoor de identiteitskaart niet voldoet. Voor sommige landen is ook een visum vereist.


Vraag ruim voor het vertrek een nieuw paspoort aan. Hou ook rekening met de tijd die nodig is om een visum te krijgen.

 

Een paspoort kan aangevraagd worden voor de duur van 5 jaar.
Ook voor kinderen onder de 18 jaar is de geldigheid van het paspoort 5 jaar. De aanvraag moet mee ondertekend worden door 1 van de ouders.
Reispassen kunnen niet verlengd worden.

 

 

 


Belangrijk: heel wat landen eisen dat het paspoort nog geruime tijd na je vertrek uit hun land geldig blijft. Doe daarover navraag bij de ambassade van het land dat je gaat bezoeken.


Uitgebreide informatie over reisvoorwaarden en -adviezen vind je op de website van de

Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken

 

Paspoort

Meebrengen bij de aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

- de identiteitskaart;

- eventueel het oude paspoort;

- 2 identieke, recente pasfoto's in kleur (vooraanzicht, witte achtergrond, afmetingen gelaat tussen 25x35mm). 


Te betalen bij de aanvraag:

 

Minderjarigen betalen voor hun reispas, aangevraagd

- via normale procedure: 49 EUR.

(Let op: minderjarigen moet hun ouder vergezellen bij de aanvraag!)

- via uitzonderingsprocedure (=spoed) 218 EUR.

 

Meerderjarigen betalen voor hun reispas, aangevraagd
- via normale procedure: 79 EUR
- via uitzonderingsprocedure: 248 EUR

 

 

 

Rijbewijzen

Sinds 01 september 2006 werd naast de algemene regelgeving betreffende het rijbewijs (KB van 23.03.1998 betreffende het rijbewijs) een nieuwe wetgeving specifiek voor het rijbewijs voor categorie B (KB van 10.07.2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B) van kracht.

Het gevolg is dat de scholing werd opgesplitst in een scholing voor de categorie B en een scholing voor de andere categorieën.

Voorlopig rijbewijs 18 maanden

 

Aan welke voorwaarden moet de kandidaat voldoen?

  • minstens 18 jaar zijn;
  • niet vervallen zijn van het recht tot sturen van voertuigen van de categorie B en moet hebben voldaan aan de eventueel opgelegde examens/onderzoeken in toepassing van artikel 38 van de wet van 16.03.1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  • voldoen aan de verblijfsvoorwaarden die voorzien zijn in artikel 3 van het KB van 23.03.1998 betreffende het rijbewijs;
  • sinds minder dan 3 jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen of ervan vrijgesteld zijn
  • bij de aanvraag van een Vrb 18 maanden moet de kandidaat een bekwaamheidsattest, afgeleverd door een erkende rijschool, voorleggen. Dit bekwaamheidsattest bevestigt dat de kandidaat een praktische opleiding van minstens 20 uren gevolgd heeft in een erkende rijschool;
  • voldoen aan de medische normen voor de kandidaten van groep 1;
  • nog geen houder geweest zijn van een Vrb 18 maanden (Vrb 18 maanden mag maar één keer afgeleverd worden);

 

Welke zijn de gebruiksvoorwaarden?

  • Er geldt volledig verbod tot sturen vanaf 22u. tot 06u. op:
    vrijdag, zaterdag, zondag, vooravond wettelijke feestdag en op een wettelijke feestdag (1 januari - Paasmaandag - 1 mei -Hemelvaartdag - Pinkstermaandag - 21 juli - 15 augustus - 1 en 11 november - Kerstdag);
  • De houder van een Vrb mag in commercieel verband geen goederen vervoeren;
  • De houder van een Vrb 18 maanden mag alleen sturen of, indien vergezeld van een andere persoon moet deze tenminste 24 jaar zijn en in het bezit van een geldig Belgisch of Europees rijbewijs.
  • Het voertuig waarmee gereden wordt onder dekking van het Vrb:
    - moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats voorzien zijn van het "L"-teken;
    - moet behoren tot de categorie B;
    - Het voertuig mag geen aanhangwagen trekken.
  • Het praktische examen mag niet afgelegd worden met een voertuig voorzien van een transit-, een handelaars of proefrittenplaat noch met een ADR-voertuig;
    De voertuigen met BZ-nummerplaat (Belgische militairen in Duitsland), EUR- en EURO-nummerplaten of buitenlandse nummerplaat afgeleverd door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Unie worden wel toegelaten;

 

Wat mee te brengen bij de aanvraag van een voorlopig rijbewijs 18 maanden?

  • je identiteitskaart;
  • het aanvraagformulier voor het voorlopig rijbewijs (afgeleverd door het examencentrum);
  • het bekwaamheidsattest (afgeleverd door de erkende rijschool);
  • 2 pasfoto's met witte achtergrond van 35mm op 45mm met vooraanzicht;
  • 9 euro;

Voorlopig rijbewijs 36 maanden

 

Aan welke voorwaarden moet de kandidaat voldoen?

  • de kandidaat moet minstens 17 jaar zijn;
  • de kandidaat mag niet vervallen zijn van het recht tot sturen van voertuigen van categorie B en moet voldaan hebben aan eventueel opgelegde examens en/of onderzoeken opgelegd in toepassing van artikel 38 van de wet van 16.03.1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  • de kandidaat moet voldoen aan de verblijfsvoorwaarden die voorzien zijn in artikel 3 van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
  • de kandidaat moet sinds minder dan 3 jaar geslaagd zijn voor het theorie-examen of ervan vrijgesteld zijn;
  • de kandidaat moet voldoen aan de medische normen voor de kandidaten van groep 1.

 

Aan welke voorwaarden moet de begeleider voldoen en welke voorwaarden worden er aan een passagier gesteld?

 

De kandidaat-bestuurder, houder van een Vrb 36 maanden, moet vergezeld worden door een begeleider.
De begeleider moet:

  • beantwoorden aan de verblijfsvoorwaarden, bepaald door artikel 3 § 1 van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
  • sedert tenminste 8 jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen van de kandidaat-bestuurder en het rijbewijs bij zich hebben.
    Een kandidaat-begeleider met een Europees rijbewijs moet een bewijs voorleggen afgeleverd door het land van herkomst dat hij niet vervallen is van het recht tot sturen;
  • De bestuurder, die enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden behalve indien de kandidaat- bestuurder aan dezelfde handicap lijdt en eveneens een speciaal aan deze handicap aangepast voertuig bestuurt;
  • niet vervallen zijn of gedurende de laatste 3 jaar niet vervallen geweest zijn van het recht tot sturen voor de categorie B en voldaan hebben aan eventueel opgelegde examens/onderzoeken door toepassing van artikel 38 van de wet van 16.03.1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  • De houder van een Vrb 36 maanden mag naast de begeleider vergezeld zijn van één andere persoon (deze moet niet in het bezit zijn van een rijbewijs).

 

Wat mee te brengen bij de aanvraag van een voorlopig rijbewijs 36 maanden?

  • je identiteitskaart;
  • het aanvraagformulier voor het voorlopig rijbewijs (afgeleverd door het examencentrum);
  • 2 pasfoto's met witte achtergrond van 35mm op 45mm met vooraanzicht;
  • 9 euro;

Voorlopig rijbewijs model 3

 

Dit voorlopig rijbewijs geldt als document voor de scholing voor alle categorieën uitgezonderd categorie B met een niet-professionele begeleider en met een kandidaat die geen praktijklessen heeft gevolgd in een erkende rijschool.
Voor het bekomen van een voorlopig rijbewijs model 3 voor de categorieën BE, C1, C, D1 en D moet men houder zijn van een rijbewijs categorie B.
Voor een voorlopig rijbewijs model 3 categorieën BE, C1E, CE, D1E en DE moet men in het bezit zijn van een rijbewijs geldig voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig.

Leeftijdsvereisten voor kandidaat-bestuurders voorlopig rijbewijs Model 3:

  • categorie A3: 16 jaar;
  • categorie A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E: 18 jaar;
  • cat. D en D+E: 21 jaar.

 

Belangrijkste voorwaarden waaraan de kandidaat-bestuurder moet voldoen:

  • de vereiste minimumleeftijd bereikt hebben (zie hierboven);
  • moet op datum van de afgifte van het voorlopig rijbewijs, sinds minder dan 3 jaar geslaagd voor het theorie-examen of ervan vrijgesteld zijn;
  • moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig voor de cat. B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor cat. C1, C, D1 of D of om een kandidaat voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig voor de cat. BE, C1E, CE, D1E of DE;
  • niet vervallen zijn van het recht tot sturen;
  • geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs van dezelfde categorie of subcategorie waarvan de geldigheid sinds minder dan 3 jaar verstreken is;
  • moet in een erkende rijschool, het praktisch onderricht gevolgd hebben indien het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor de cat. A;

 

Belangrijkste voorwaarden waaraan een begeleider moet voldoen:

  • de leeftijd bereikt hebben van 24 jaar op datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs voor de cat. B, B+E, C1, C1+E, C, C+E;
  • tenminste 27 jaar op datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs voor de cat. D1, D1+E, D, D+E;
  • sedert tenminste zes jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen waarmee hij de kandidaat-bestuurder begeleidt;
  • niet vervallen zijn of geweest zijn van het recht tot sturen (behalve in geval van uitwissing van de veroordeling of eerherstel);
  • mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs of als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar dat de afgiftedatum van het voorlopig rijbewijs voorafgaat. Dit verbod is niet van toepassing op eigen kinderen, pleegkinderen of voor die van de echtgenoot en eveneens niet op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de cat. C, CE, D of DE en de
    subcategoriëen wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt;
  • moet vooraan in het voertuig plaatsnemen;

Rijbewijs

 

Beringen werd door de FOD Mobiliteit aangeduid als één van de 17 pilootgemeenten die alvast mogen starten met de uitreiking van het rijbewijs in bankkaartmodel.

Het is de bedoeling dat tegen 01 januari 2013 alle gemeenten de technische uitrusting zullen hebben voor de overschakeling van het papieren rijbewijs naar het nieuwe rijbewijs in bankkaartmodel.

Vanaf dat ogenblik kan begonnen worden met de massale overschakeling van de 6 miljoen rijbewijzen die in omloop zijn.

 

Wie een nieuw rijbewijs wil kan zich aanbieden op de dienst rijbewijzen van het stadsbestuur van Beringen.

Let op: de omwisseling is – voorlopig – nog niet verplicht. Pas vanaf 2013 zal begonnen worden met het uitnodigen van elke burger om zich aan te bieden om over te schakelen naar het nieuwe model. Deze omwisseling zal, in de mate van het mogelijke, parallel verlopen met de vernieuwing van de identiteitskaart zodat de burger slechts eenmaal naar de gemeente moet gaan voor beide documenten. 

 

Het nieuwe rijbewijs is 10 jaar geldig. De voorwaarden om een rijbewijs te bekomen, blijven uiteraard behouden. Het nieuwe rijbewijs heeft het model van een bankkaart en zal geen chip bevatten.

 

De invoering van het nieuwe rijbewijs is het gevolg van een verplichting die Europa aan haar lidstaten oplegt. Europa streeft ernaar dat elke lidstaat een rijbewijs aflevert volgens een conform model met vastgelegde veiligheidsvoorzieningen en met een beperkte administratieve geldigheidsduur. Op die manier wil men het papieren document doen verdwijnen wat meteen ook het risico op fraude, diefstal en vervalsingen zal verkleinen.  Samen met het nieuwe rijbewijs wordt ook gestart met een nieuw gecentraliseerd systeem waarin alle gegevens betreffende verval van het recht tot sturen, de rijgeschiktheid, enz. worden opgenomen. Deze databank zal ook door buitenlandse autoriteiten kunnen geraadpleegd worden. 

 

Wat moet ik doen wil ik een nieuw rijbewijs hebben?

- Je moet je aanbieden op de dienst rijbewijzen met het aanvraagformulier (na slagen in het praktijkexamen) of je oud Belgisch rijbewijs of je attest van verlies/diefstal;

- 1 pasfoto indien je liever een andere foto hebt op je rijbewijs dan op je elektronische identiteitskaart;

- 20 euro (bij afhalen van het rijbewijs).

Indien alle aangeboden documenten correct en aanwezig zijn start de medewerker de aanvraag van het rijbewijs. Het rijbewijs  ligt na 1 week voor je klaar.

 

Een overzicht van alle categorieën en subcategoriën vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer

 

 

Het rijgeschiktheidsattest


De bestuurder van een voertuig cat. C, CE, D, DE of de subcategoriëen moet een geneeskundig onderzoek ondergaan waaruit blijkt dat hij voldoet aan de geneeskundige normen.
Het onderzoek wordt afgelegd voor:

  • een geneesheer van FOD Volksgezondheid, Blok A, 2de verdieping, Voorstraat 43 3500 Hasselt - Tel. 02 524 97 97;
  • een geneesheer van de medische dienst van de rijkswacht;
  • een geneesheer van een erkende Arbeidsgeneeskundige Dienst;
  • een geneesheer van VDAB, FOREM of IBFFP;
  • een geneesheer van een PMS-centrum;
  • een geneesheer van de medische dienst van het leger;

 De geneesheer levert het rijgeschiktheidsattest af en brengt er volgende gegevens op aan: 

  • de uiterste geldigheidsdatum van het attest;
  • de eventuele beperkingen of voorwaarden bij het gebruik van het rijbewijs;

De bestuurder moet zich met dit rijgeschiktheidsattest aanmelden op de dienst rijbewijzen. Op basis van de gegevens vermeld op het rijgeschiktheidsattest wordt een nieuw rijbewijs afgeleverd. 

 

Vernieuwing van een rijbewijs categorie A3, A, B, B+E of G om medische redenen


Een houder van een rijbewijs categorie A3, A, B, B+E of G waarvan de geldigheidsduur is beperkt om medische redenen en die, om de vernieuwing van dit document te bekomen, een rijgeschiktheidsattest van groep 1 afgeleverd door een vrij te kiezen arts voorlegt, moet geen retributie van 11 euro meer betalen.

 

De retributie van 20 euro blijft behouden voor de eerste afgifte van een rijbewijs, en alsook voor de afgifte van een duplicaat (zonder voorlegging van een medisch attest).

De houders van een rijbewijs categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E daarentegen moeten de retributie  betalen bij elke hernieuwing van hun rijbewijs.

 

De vakbekwaamheid 

 

 

De vakbekwaamheid van beroepschauffeurs van het goederenvervoer

 

Vanaf 10 september 2009 moeten alle beroepsbestuurders van voertuigen waarvoor een rijbewijs geldig voor de categorieën C en C+E en de subcategorieën C1 en C1+E vereist is, voldoen aan de vakbekwaamheidsvoorschriften.

 

Deze verplichting is weliswaar enkel van toepassing voor wie met de genoemde categorieën professioneel vervoer verricht.

 

Wie moet er voldoen aan de vakbekwaamheid?
Alle bestuurders die professioneel vervoer verrichten met een voertuig dat behoort tot één van de (sub)categorieën van groep C, moeten een vermelding op hun rijbewijs hebben die aantoont dat betrokkene beantwoordt aan de voorschriften betreffende de vakbekwaamheid.
De vakbekwaamheid wordt opgelegd voor alle goederenvervoer over de openbare weg met een voertuig waarvoor een rijbewijs van groep C is vereist:

  • door onderdanen van de Europese Unie;
  • door onderdanen van andere landen (niet EU) die in dienst zijn van of werken voor een onderneming die gevestigd is in één van de Lidstaten van de Europese Unie.

Wie is vrijgesteld van de vakbekwaamheid? 

De vakbekwaamheid is niet van toepassing op bestuurders van:

  • voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur;
  • voertuigen in gebruik bij of onder controle van de strijdkrachten, de burgerbescherming (civiele bescherming), de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde;
  • voertuigen die op de weg worden getest in verband met reparaties, technische verbeteringen, onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht;
  • voertuigen die worden gebruikt bij reddingsoperaties en noodtoestanden;
  • voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederenvervoer voor privédoeleinden;
  • voertuigen of combinaties van voertuigen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 7,5 ton die worden gebruikt voor het vervoer van materiaal, apparatuur of machines die de bestuurder voor zijn werk nodig heeft en op voorwaarde dat dit vervoer niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is.

Zijn eveneens vrijgesteld van de vakbekwaamheid:

  • houders van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid C binnen de grenzen van het Rijk gedurende maximum één jaar;
  • bestuurders van voertuigen van groep C die hetzij praktisch examen afleggen, hetzij geschoold worden in een erkende rijschool of onder dekking van het voorlopig rijbewijs model 3;
  • bestuurders tijdens hun opleiding bij 'De Lijn', 'TEC', MIVB, IBBFP, FOREM, VDAB, bij een beroepsschool van het secundair onderwijs die een opleiding 'vrachtwagenbestuurder' aanbiedt, of bij de federale of lokale politie.

Wat houdt de vakbekwaamheid in?

  • dat men slaagt voor een initieel basiskwalificatie-examen (verwerving vakbekwaamheid);
  • en dat men vijfjaarlijks 35 uren nascholing volgt (verlenging vakbekwaamheid).
    Het initieel basiskwalificatie-examen bestaat uit een theoretische proef met drie onderdelen en een praktische proef met twee onderdelen.

Wat wanneer iemand houder is van een rijbewijs geldig voor een categorie groep C op 10 september 2009?
Houders van een rijbewijs, geldig voor een categorie van groep C afgeleverd vóór 10 september 2009, zijn vrijgesteld van de vakbekwaamheid voor een periode van 7 jaar. Deze bestuurders kunnen met hun huidig rijbewijs professioneel vervoer blijven verrichten.
Tegen 9 september 2016 moeten deze personen wel voldoen aan de vakbekwaamheid, maar enkel door het volgen van de nascholing en dus door het bekomen van 35 kredietpunten.

 

Basiskwalificatie

  • Om de basiskwalificatie te behalen, moet de aanvrager slagen voor een aantal examens:
    1. theoretisch examen basiskwalificatie C
    - theoretische proef (100 vragen)
    - casestudies
    - mondelinge proef
    2. praktisch examen basiskwalificatie C
    - rijtest op de openbare weg
    - praktische proef basiskwalificatie
    Wie slaagt voor één van de onderdelen van deze examens is gedurende drie jaar vrijgesteld voor dit onderdeel.
    Na het slagen voor deze testen, bekomt de aanvrager een attest van slagen (getuigschrift basiskwalificatie). Met dit getuigschrift moet de bestuurder zich wenden tot de gemeente, die de code 95 op het rijbewijs plaatst.
    De kandidaten hebben de kans om deze examens te combineren met het theoretische en praktische rijexamen in een gecombineerd examen. Na het slagen voor dit gecombineerd examen verkrijgt de kandidaat een getuigschrift basiskwalificatie en een aanvraag om het rijbewijs. Deze twee documenten laten toe een rijbewijs C of C1 met code 95 te bekomen.
  • De kandidaten die al over een bewijs van vakbekwaamheid voor de categorie D beschikken, kunnen een bewijs van vakbekwaamheid voor de categorie C verkrijgen door het afleggen van een aanvullend examen basiskwalificatie:
    1. aanvullend theoretisch examen basiskwalificatie C
    - theoretische proef (50 vragen)
    - casestudies
    - mondelinge proef
    2. aanvullend praktisch examen basiskwalificatie C
    - rijtest op de openbare weg
    - praktische proef basiskwalificatie
    - De toegangsvoorwaarden voor het aanvullend examen basiskwalificatie zijn:
    · niet vervallen zijn van het recht tot sturen van een voertuig van groep C;
    · beantwoorden aan de medische vereisten voor het besturen van een voertuig van groep C;
    · beschikken over een identiteitsdocument, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
    · een attest van praktisch onderricht van 8 uren door een rijschool voorleggen of een nog geldig voorlopig rijbewijs model 3;
    · een rijbewijs van minstens categorie B voorleggen.

Nascholing
Wanneer de basiskwalificatie vakbekwaamheid werd behaald, en betrokkene bijgevolg een rijbewijs geldig voor een categorie van groep C heeft bekomen met een validatie van de vakbekwaamheid moet, om deze vakbekwaamheid te behouden, een nascholingscursus worden gevolgd. De nascholingscursus betreft een lessenreeks van 35 uren te volgen in 5 lessenreeksen van telkens 7 uren. Elke lessenreeks levert telkens 7 kredietpunten op, zodat de bestuurder die zijn vakbekwaamheid wil verlengen op het ogenblik van de verlenging van de vakbekwaamheid moet beschikken over een saldo van 35 punten. Behaalde kredietpunten hebben een levensduur van 5 jaar.

De gemeente maakt een rijbewijs op waarbij de desbetreffende categorieën (de geldige categorieën van groep C) een vermelding krijgen in het vak 'beperkende vermeldingen' (de code 95). De aldus bekomen vakbekwaamheid heeft een geldigheid van 5 jaar.
De personen die ingeschreven zijn in België, doch hun beroep van vrachtwagenbestuurder uitoefenen in een andere lidstaat van de EU, hebben de mogelijkheid om hun nascholing van 35 uur in die andere EU-lidstaat te volgen. Deze personen hebben op deze wijze geen kredietpunten op hun CBR-fiche staan. Deze personen moeten de aldus verkregen attesten van nascholing overmaken aan de FOD Mobiliteit en Vervoer, waar de behaalde kredietpunten in het CBR zullen worden ingebracht. Op deze manier kan de gemeente de vakbekwaamheid op het Begische rijbewijs van betrokkene verlengen.

 

Vermelding van de vakbekwaamheid op het rijbewijs
Wanneer iemand zich bij de gemeente aanbiedt met een getuigschrift basiskwalificatie, krijgt hij in de desbetreffende categorieën van groep C in het vak 'Beperkingen/Vermeldingen' een vermelding van de code '95'.

De vakbekwaamheid wordt toegekend wanneer de aanvrager:

  • hetzij beschikt over een getuigschrift van basiskwalificatie. In dit geval wordt de vakbekwaamheid toegekend voor 5 jaar, te rekenen vanaf de datum van aflevering van het getuigschrift van basiskwalificatie;
  • hetzij beschikt over een kredietsaldo van 35 geldige kredietpunten als bewijs dat hij de nascholing heeft gevolgd gedurende de voorbije vijf jaar (verlenging van de vakbekwaamheid door bestuurders die voordien reeds een vermelding van geldige vakbekwaamheid op hun rijbewijs hadden;
  • hetzij beschikt over een rijbewijs waarop één van de categorieën van groep C reeds geldig was vóór 10 september 2009. In dit geval wordt de vakbekwaamheid bij de aanvraag om een nieuw rijbewijs toegekend tot en met 9 september 2016. Deze toekenning gebeurt bij elke uitreiking van een nieuw rijbewijs om welke reden dan ook (verlenging bezoldigd vervoer, duplicaat, toekenning nieuwe rijbewijscategorie, enz.).
    De vakbekwaamheid wordt eveneens toegekend op aanvraag van de houder van het rijbewijs (zonder afgifte van een ander rijbewijs). De code 95 wordt dan toegevoegd op het rijbewijs.
    De bestuurders, die door het feit dat hun rijbewijscategorie C1, C, C1E of CE enerzijds, en D1, D, D1E of DE anderzijds geldig was voor de inwerkingtreding van het besluit van 4 mei 2007 (resp. voor 10/09/2009 en 10/09/2008) zijn niet verplicht om code "95" te laten noteren op hun rijbewijs.
    Het is toegelaten om in dergelijk geval deze code "95" op het rijbewijs te laten plaatsen; de vermelding van deze code kan immers nuttig zijn voor de bestuurders die zich naar het buitenland begeven.

De vakbekwaamheid van beroepschauffeurs van het personenvervoer

 

Vanaf 10 september 2008 moeten alle beroepsbestuurders van voertuigen waarvoor een rijbewijs geldig voor de categorieën D en D+E en de subcategorieën D1 en D1+E voldoen aan de vakbekwaamheidsvoorschriften.

Deze verplichting is weliswaar enkel van toepassing voor wie met de genoemde categorieën professioneel vervoer verricht.

 

Wie moet er voldoen aan de vakbekwaamheid?
Alle bestuurders die professioneel vervoer verrichten met een voertuig dat behoort tot één van de (sub)categorieën van groep D, moeten een vermelding op hun rijbewijs hebben die aantoont dat betrokkene beantwoordt aan de voorschriften betreffende de vakbekwaamheid.

De vakbekwaamheid wordt opgelegd voor alle vervoer binnen het Rijk over de openbare weg met een voertuig waarvoor een rijbewijs van groep D is vereist:

  • door onderdanen van de Europese Unie;
  • door onderdanen van andere landen (niet EU) die in dienst zijn van of werken voor een onderneming die gevestigd is in één van de Lidstaten van de Europese Unie.

De vakbekwaamheid is niet van toepassing op bestuurders van:

  • voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur;
  • voertuigen in gebruik bij of onder controle van de strijdkrachten, de burgerbescherming (civiele bescherming), de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde;
  • voertuigen die op de weg worden getest in verband met reparaties, technische verbeteringen, onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht;
  • voertuigen die worden gebruikt bij reddingsoperaties en noodtoestanden;
  • voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel personenvervoer voor privé-doeleinden.

Zijn eveneens vrijgesteld van de vakbekwaamheid:

  • houders van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid D binnen de grenzen van het Rijk gedurende maximum één jaar;
  • bestuurders van voertuigen van groep D die hetzij praktisch examen afleggen, hetzij onderricht krijgen onder toezicht van een instructeur of nog onder dekking van het voorlopig rijbewijs van model 3;
  • bestuurders tijdens hun opleiding bij 'De Lijn', 'TEC', MIVB, IBBFP, FOREM, VDAB, bij een beroepsschool van het secundair onderwijs die een opleiding 'busbestuurder' aanbiedt of bij de Federale/Lokale politie.

Gevolgen van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 4 mei 2007
Vanaf 10 september 2008 moeten alle bestuurders van een voertuig behorende tot de groep D en die in beroepsverband rijden, voldoen aan de vereisten inzake de vakbekwaamheid.
De vakbekwaamheid houdt in dat men slaagt voor een initieel basiskwalificatie-examen (verwerving vakbekwaamheid) en dat men vijfjaarlijks 35 uren nascholing volgt (verlenging vakbekwaamheid).
Het initieel basiskwalificatie-examen bestaat uit een theoretische proef met drie onderdelen en een praktische proef met twee onderdelen.

Er kan nog steeds, een rijbewijs geldig voor een categorie van groep D worden afgegeven na 10 september 2008 (dus zonder de vakbekwaamheid), de bestuurder kan dan enkel op niet-professionele basis rijden.

Wat wanneer iemand houder is van een rijbewijs geldig voor een categorie groep D op 10 september 2008?
Houders van een rijbewijs geldig voor een categorie van groep D op 10 september 2008 zijn vrijgesteld van de vakbekwaamheid voor een periode van 7 jaar. Deze bestuurders kunnen met hun huidig rijbewijs professioneel vervoer blijven verrichten.
Tegen 9 september 2015 moeten deze personen wel voldoen aan de vakbekwaamheid, maar enkel door het volgen van de nascholing - dus door het bekomen van 35 kredietpunten.

 

De scholing
Aan de scholing op zich verandert er in feite niets, behalve dat de rijscholen in hun lessenpakket een onderdeel kunnen inbouwen m.b.t. het theoretisch en praktisch examen vakbekwaamheid. Voor het overige blijft de regelgeving voorzien in een opleiding met een erkende autorijschool (8 uur praktijk), en in een opleiding onder dekking van een voorlopig rijbewijs model 3.
Om een voorlopig rijbewijs model 3 te bekomen, moet de aanvrager en de begeleider voldoen aan de voorwaarden die voorzien zijn in artikel 6 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
Naast deze twee klassieke opleidingsmodules, blijven eveneens bestaan:

  • De rijopleiding die wordt verstrekt door een vervoersmaatschappij (De Lijn/TEC/MIVB);
  • De rijopleiding die wordt verstrekt door het Leger;
  • De rijopleiding die wordt verstrekt door de Federale en Lokale Politie;
  • De rijopleiding die wordt verstrekt door bepaalde beroepsscholen van het secundair onderwijs;
  • De rijopleiding die wordt verstrekt door de gewestelijke instellingen voor Arbeidsbemiddeling (VDAB, IBFFP, Forem);
  • De rijopleiding die wordt verstrekt door het Onderwijs voor Sociale Promotie.

Basiskwalificatie  

Om de basiskwalificatie te behalen, moet de aanvrager slagen in een aantal examens :
1. Theoretisch examen basiskwalificatie D
- Theoretische proef (100 vragen)
- Casestudies
- Mondelinge proef
2. Praktisch examen basiskwalificatie D
- Rijtest op de openbare weg
- Praktische proef basiskwalificatie

Wanneer men slaagt voor één van de onderdelen van deze examens is men gedurende drie jaar vrijgesteld voor dat onderdeel.
Na het slagen voor deze testen, bekomt de aanvrager van een rijbewijs geldig voor een categorie van groep D een attest van slagen (getuigschrift basiskwalificatie). Met dit getuigschrift moet de bestuurder zich wenden tot de gemeente die de code 95 op het rijbewijs plaatst.
De kandidaten hebben de kans om deze examens te combineren met het theoretische en praktische rijexamen in een gecombineerd examen. Na het slagen van dit gecombineerd examen verkrijgt de kandidaat een getuigschrift basiskwalificatie en een aanvraag om het rijbewijs. Deze twee documenten laten toe een rijbewijs D of D1 met code 95 te bekomen.
De examens voor het bekomen van het getuigschrift basiskwalificatie worden afgelegd in één van de examencentra van GOCA, van TEC, MIVB, De Lijn, VDAB, enz.

 

Nascholing
Wanneer de basiskwalificatie vakbekwaamheid werd behaald, en betrokkene bijgevolg een rijbewijs geldig voor een categorie van groep D heeft bekomen met een geldigmaking van de vakbekwaamheid moet, om deze vakbekwaamheid te behouden, een nascholingscursus worden gevolgd. De nascholingscursus betreft een lessenreeks van 35 uur te volgen in 5 lessenreeksen van telkens 7 uur. Elke lessenreeks levert telkens 7 kredietpunten op, zodat de bestuurder die zijn vakbekwaamheid wil verlengen op het ogenblik van de verlenging van de vakbekwaamheid moet beschikken over een saldo van 35 punten. Behaalde kredietpunten hebben een levensduur van 5 jaar.

De gemeente maakt een rijbewijs op waarbij de desbetreffende categorieën (de geldige categorieën van groep D) een vermelding krijgen in het vak 'beperkende vermeldingen' (de code 95). De aldus bekomen vakbekwaamheid heeft een geldigheid van 5 jaar.
De personen die ingeschreven zijn in België, doch hun beroep van buschauffeur uitoefenen in een andere lidstaat van de EU, hebben de mogelijkheid om hun nascholing van 35 uur in die andere EU-lidstaat te volgen. Deze personen hebben op deze wijze geen kredietpunten op hun CBR-fiche staan. Deze personen moeten de aldus verkregen attesten van nascholing overmaken aan de FOD Mobiliteit en Vervoer, waar de behaalde kredietpunten in het CBR zullen worden ingebracht. Op deze manier kan de gemeente de vakbekwaamheid op het Begische rijbewijs van betrokkene verlengen.
De nascholing wordt verstrekt in door de Minister die de verkeersveiligheid onder zijn bevoegdheid heeft erkende opleidingscentra.


Vermelding van de vakbekwaamheid op het rijbewijs
Wanneer iemand zich bij de gemeente aanbiedt met een getuigschrift basiskwalificatie, krijgt hij in de desbetreffende categorieën van groep D in het vak 'Beperkingen / Vermeldingen' een vermelding van de code '95'.

De vakbekwaamheid wordt toegekend wanneer de aanvrager:

  • hetzij beschikt over een 'Getuigschrift Basiskwalificatie' (nieuwe aanvragers van een categorie die behoort tot groep D). In dit geval wordt de vakbekwaamheid toegekend voor 5 jaar, te rekenen vanaf de datum van het Getuigschrift Basiskwalificatie;
  • hetzij beschikt over een kredietsaldo van 35 geldige kredietpunten als bewijs dat hij de nascholing heeft gevolgd gedurende de voorbije vijf jaar (verlenging van de vakbekwaamheid door bestuurders die tevoren reeds een vermelding van geldige vakbekwaamheid op hun rijbewijs hadden;
  • hetzij beschikt over een rijbewijs waarop één van de categorieën van groep D reeds geldig was vóór 10 september 2008. In dit geval wordt de vakbekwaamheid bij de aanvraag om een nieuw rijbewijs toegekend tot en met 9 september 2015. Deze toekenning gebeurt bij elke uitreiking van een nieuw rijbewijs om welke reden dan ook (verlenging bezoldigd vervoer, duplicaat, toekenning nieuwe rijbewijscategorie, enz.). De vakbekwaamheid wordt eveneens toegekend op aanvraag van de houder van het rijbewijs (zonder afgifte van een ander rijbewijs); de code 95 wordt dan toegevoegd op het rijbewijs.

Verwerven van een nieuwe, bijkomende categorie van groep D na 10 september 2008

Een houder van een rijbewijs geldig voor bijvoorbeeld categorie D1 en die de vakbekwaamheid heeft behaald (hetzij door het behalen van een getuigschrift van basiskwalificatie, hetzij door het verlengen van de vakbekwaamheid door het inleveren van 35 kredietpunten, hetzij doordat het rijbewijs op 10 september 2008 reeds geldig was voor categorie D1) en die op welke wijze dan ook een bijkomende rijbewijscategorie van groep D (bijvoorbeeld categorie D of D1+E) bekomt voor 10 september 2015, krijgt de reeds eerder toegekende vakbekwaamheid eveneens in deze nieuw bekomen categorie van groep D. In dit laatste geval wordt de vakbekwaamheid toegekend tot 9 september 2015.
De vakbekwaamheid geldt voor alle categorieën van groep D, en moet dus niet afzonderlijk per nieuwe, bijkomende categorie van groep D opnieuw worden behaald.

Internationaal rijbewijs

 

Het internationaal rijbewijs is noodzakelijk voor de houder van een Belgisch rijbewijs wanneer deze zich begeeft naar een land dat het Belgisch rijbewijs niet erkend. Wanneer je naar een niet-Europees land gaat heb je er alle belang bij je te informeren bij de ambassade van het land of bij de reisorganisator over de noodzaak van een internationaal rijbewijs.
Het internationale rijbewijs wordt onmiddellijk afgeleverd op voorlegging van 1 pasfoto (met witte achtergrond) en uw nationaal rijbewijs.

 

Wat meebrengen voor een internationaal rijbewijs?

  • de identiteitskaart;
  • het nationaal rijbewijs;
  • 1 pasfoto van 35mm op 45mm met vooraanzicht;
  • 16 euro;

Wil je graag nog bijkomende informatie over het voorlopig rijbewijs, het rijbewijs of het internationaal rijbewijs neem dan contact op met de dienst Burgerzaken, sector rijbewijzen van Beringen op 011 43 02 19 of mail je vraag naar:

burgerlijkestand@beringen.be

 

 

 

Vreemdelingendienst

Bij de dienst Vreemdelingenzaken kan je terecht voor o.a.:

  • aankomst in de gemeente;
  • inschrijving in het vreemdelingenregister/bevolkingsregisters;
  • vestigingsaanvragen;
  • arbeidsvergunningen;

Voor uitgebreide informatie over de vreemdelingenwetgeving kan je steeds de website van de Federale Overheidsdienst voor Binnenlandse Zaken, Algemene directie van de dienst Vreemdelingenzaken, raadplegen.

Wettelijk samenwonen

Door een wettelijke registratie van samenwoonst geniet je, net als gehuwden, een bepaalde wettelijke bescherming van je eigendom en gezinslasten. Naast de wettelijke registratie blijft het echter aangeraden het samenwonen ook bij een notaris vast te laten leggen.
Voorwaarde voor wettelijke samenwoning is dat je niet gehuwd bent, niet gebonden door een andere wettelijke samenwoning en beiden gedomiciliëerd op hetzelfde adres. Voor een wettelijke registratie van samenwoning kom je, samen met je partner, naar de dienst Burgerzaken, sector burgerlijke stand.

Wettigen handtekening

Voor de legalisatie van een handtekening moet je je persoonlijk aanmelden op de dienst Burgerzaken, sector bevolking. Je wordt gevraagd, in het bijzijn van de medewerker, jouw handtekening op het voorgelegde document te plaatsen waarna deze wordt gelegaliseerd.
In uitzonderlijke omstandigheden kan een andere persoon de handtekening laten wettigen op voorwaarde dat hij de identiteitskaart van de ondertekenaar voorlegt. Beide handtekeningen worden dan vergeleken en moeten uiteraard identiek zijn.
De persoon wiens handtekening moet gelegaliseerd worden, moet in de gemeente wonen.

Contact

Dienst burgerzaken

Mijnschoolstraat 88
3580 Beringen

T 011 43 03 60
F 011 45 36 60

burgerzaken@beringen.be

Contactpersonen

Ludo Vankrunckelsven - 011 43 02 19
ludo.vankrunckelsven@beringen.be